Waarom het zo gek nog niet is om te ‘winteren’; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode

 

Mijn wekker gaat steevast elke ochtend om kwart voor zeven af. Door de week of in het weekend, zomer of winter; voor mij maakt dat geen verschil. Kennelijk is ook mijn lijf zodanig gewend aan dat ritme, dat ik mogelijk ook heel goed zonder wekker zou kunnen. Want meestal ben ik wakker voordat het tijd is om op te staan.

Ik heb dan ook niet direct behoefte aan een winterslaap. Alhoewel het misschien wel zo is, dat ik in het voorjaar en ‘s zomers meer energie heb dan hartje winter. Maar naar ik begrepen heb, is dat heel natuurlijk.

Wist je dat mensen in tegenstelling tot dieren zich veel minder aantrekken van de seizoenen? En dat het best goed zou zijn om een beetje beter te leren winteren?

 

 

Waar de natuur tot rust komt als de winter in aantocht is, jakkeren wij mensen vaak maar door

 

Wist je dat zelfs wijngaardslakken wegkruipen in de winter en hun huisje afsluiten met een slijmlaagje dat verkalkt tot een tijdelijk sluitplaatje? Al in de herfst treft de wijngaardslak zijn voorbereidingen en graaft een geschikt winterplekje, met beschutting tegen droogte en vorst. Ik vond het grappig om te lezen dat een wijngaardslak bij het graven van zijn holletje, zijn huisje gebruikt om grond te verzetten. Ik zou wel eens willen zien hoe zo’n slak dat doet.

Wat ‘winteren’ betreft kunnen wij mensen een voorbeeld nemen aan de natuur, die tot rust komt als de winter in aantocht is. Het zou goed zijn om na een periode figuurlijk te ‘winteren’; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode. In plaats van maar door te jakkeren met al onze bezigheden en alles wat we nog zo nodig moeten.

Eerlijk gezegd, heb ik ook zelf gaandeweg steeds beter geleerd om de tijd te nemen om bewust stil te staan, letterlijk en figuurlijk. Al een aantal jaren nu, start ik mijn dag met een meditatieve wandeling, nog voor mijn ontbijt. Ik gun me de tijd om te wandelen met aandacht. Me daarbij als vanzelf, met al mijn zintuigen openstellend voor al het mooie dat met name de natuur te bieden heeft. Dat betekent dat ik dan ook letterlijk stil kan blijven staan om bijvoorbeeld de amandelen te bekijken, die al aardig beginnen te groeien en te rijpen. Of te luisteren naar het ruisen van de beek of de vogel- of insectengeluiden die ik hoor. Of te kijken naar de beweging van de wolken, die hun schaduw geven in het landschap.

 

Winteren is zo gek nog niet© Foto Martin Langbroek

Wat dat betreft is het ook goed om af en toe lekker lui te zijn. Dat geeft niet alleen rust, maar kan je ook op andere gedachten brengen. Maar lui zijn is lang niet voor iedereen gemakkelijk. Want hoe vreemd dat ook klinkt, luiheid vraagt discipline om goed om te gaan met en gebruik te maken van je tijd in een wereld van overvloed.

 

 

‘Winteren’ om op te laden voor een volgende periode

 

Het is goed om te ‘winteren’, ook al is het letterlijk geen winter; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode. Bijvoorbeeld als je de overstap maakt naar een andere baan. Of na een ingrijpende gebeurtenis, positief of negatief.

Het leven is immers geen lineair proces. Het hoeft niet altijd beter en meer. Tegenslag en even stil staan horen erbij.

Niet voor niets zijn er bijvoorbeeld mensen die zich sterk maken voor rouwverlof. De Nederlandse wet kent geen echt wettelijk rouwverlof bij het overlijden van een partner of familie. Anders dan de vier dagen verlof (van overlijden tot en met de begrafenis of crematie) waar je als werknemer recht op hebt bij het overlijden van een familielid in de eerste graad. Denk daarbij aan het overlijden van je partner, een ouder of een van je kinderen. Alsof je na die vier dagen weer in staat zou zijn om de draad van je werk weer op te pakken.

Wil je enig zicht krijgen op verlofregelingen? Klik dan hier

 

 

Neem een sabbatical om tot rust te komen en de tijd te hebben om op te laden voor een volgende periode

 

Strikt genomen zou je bij een sabbatical denken aan een sabbatsjaar. Een heel jaar verlof dus. Maar ook een ‘mini sabbatical’ kan al heel verfrissend zijn. Zo koos een van mijn netwerkcontacten voor een mini sabbatical van drie maanden.

Het zou mooi zijn als je, net als volgens de Thora, elk zevende jaar zou kunnen gebruiken als sabbatsjaar om tot rust te komen, op te laden en je te bezinnen op hoe je verder wilt in je loopbaan. Helaas is dat vooralsnog een utopie.

Volgens de Thora is het sabbatsjaar het jaar waarin een stuk land onbebouwd moet blijven. In dat jaar krijgt het land rust. Hoe zou het voor jou zijn als jij als werknemer elk zevende jaar ook rust zou krijgen? Of bijvoorbeeld verlof om een studie te volgen, een onderzoek te doen of een boek te schrijven?

 

 

Tot slot

 

Zou jij ook wel een sabbatical willen nemen?

Bijvoorbeeld om voor jezelf helder te krijgen hoe je je leven en je werk verder vorm wilt geven?

Zie je voorlopig geen kans om zo’n sabbatical te nemen, maar wil je wel meer zicht op wat jou drijft en waar jij warm voor loopt?

Wil je handreikingen en tips om je intrinsieke motivatie op het spoor te komen, anders dan met een sabbatical? Die vind je hier.

 

Wil je weten hoe je van elke werkdag een sabbatical maakt? Lees hoe je je leven zo inricht dat je altijd sabbatical hebt.

 

Weet je bij voorbaat dat je in je eentje daar niet uit gaat komen? Je weet me te vinden.

 

 

 

 

Wat te doen als je door vroege specialisatie in een richting belandt waarin je uiteindelijk niet gelukkig wordt?

 

Wat is een goede keuze? Die vraagt doet me weer denken aan mijn tijd als docent theorie en methoden loopbaanbegeleiding bij Saxion Hogeschool Deventer.

Over het antwoord op die vraag kun je hele discussies voeren. Het is maar vanuit welk perspectief je die vraag bekijkt.

Mijn stelling is: Maak je geen zorgen over een verkeerde keuze, zorg dat je goed toegerust bent voor je loopbaan en weet wanneer je bij moet sturen.

 

Bijsturen als je niet gelukkig bent met je werk

 

Al vroeg weten welke beroepsrichting bij je past of gaandeweg erachter komen

 

Ik weet niet welke van de twee opties het best bij jou past. Ik weet wel dat ikzelf er gaandeweg achter gekomen ben waar ik écht warm voor loop en welk werk optimaal bij me past.

Denkend aan mijn vorige artikel ben ik misschien een laatbloeier. Feit is in elk geval dat ik na mijn voortgezet onderwijs geen idee had in welke richting ik me verder wilde ontwikkelen. Ik wist wel dat ik niet het onderwijs in wilde. En een negatieve keuze is ook een keuze.

Ben je nieuwsgierig hoe mijn loopbaan pad is verlopen? Je leest het hier.

 

Hoe anders is het als je al heel vroeg en heel duidelijk weet welke richting je uit wilt. Als je bijvoorbeeld weet dat je dierenarts wilt worden, of huisarts. Of dat je van jongs af aan weet dat je sportjournalist of anderszins schrijver wilt worden. Of piloot.

En hoe vervelend en moeilijk het dan is als je die kans niet krijgt. Bijvoorbeeld omdat je uitgeloot wordt voor betreffende studie. En al dan niet als overbrugging op zoek moet naar een alternatief, in de richting van wat je beoogt.

Of dat je na een kostbare studie bijvoorbeeld niet als piloot aan het werk komt en je maar tevreden moet zijn met een baan als luchtverkeersleider.

 

 

Als het beoogde werk er in de praktijk anders uitziet of je het anders ervaart dan je had gedacht

 

Bijvoorbeeld het werk als huisarts. Dat je na je studie geneeskunde en de driejarige opleiding tot huisarts erachter komt, dat de verantwoordelijkheid als huisarts jou te zwaar valt. En dat je daarom je geroepen voelt om op zoek te gaan naar een alternatief.

Of dat je als gezelschapsdierenarts veel moeite hebt met de tijdsdruk in de dierenartsenpraktijk waarin je werkt. Je voortdurend het gevoel hebt dat je productie moet maken, in plaats van dat je het dier en de klant de aandacht en de zorg kunt bieden, die jou voor ogen staan.

Of dat je tijdens je master tandheelkunde en het eigenlijke werk met patiënten, erachter komt dat voor jou het werk als tandarts te veel curatief is. Dat je liever een bijdrage levert aan preventie. En misschien ook niet onbelangrijk, dat communicatieve en sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen in je werk. Terwijl jij het met name mooi vindt om als tandarts ‘vakwerk’ te leveren.

Zo kan ik nog legio voorbeelden noemen, voorbeelden waaruit blijkt dat de specifieke beroepspraktijk er toch net iets anders uit kan zien dan je had gedacht toen je de keuze maakte voor die richting.

Dan is het de kunst om een alternatief te vinden.

 

 

Alternatieven, al dan niet aansluitend bij de richting die je uit bent gegaan

 

In mijn coachtrajecten brengen we jouw interesses en kwaliteiten in kaart en de omgeving die het beste bij jou past. We staan stil bij wat werk voor jou betekent en de bijdrage die jij wilt leveren met je werk.

Dat alles vormt de input voor het profiel van jouw ideale werk. Dat is het antwoord op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder daarbij voor mij belangrijk?

Door het werken met ‘succesverhalen’ ervaar je letterlijk in je lijf waar je warm voor loopt. En welke alternatieven bij je passen.

Zo ervaarde een hbo-verpleegkundige die vastliep in haar werk als dialyseverpleegkundige dat ze energie krijgt van het werken met jonge kinderen. Ze heeft haar PABO-diploma weer ‘afgestoft’ en ze heeft, zoals ze het zelf noemt, ‘een heel leuke, fijne, positieve werkplek gevonden’. Ze gaat fulltime aan de slag als leerkracht.

De afgestudeerde huisarts heeft een mooi alternatief gevonden als arts bij de GGD. De masterstudent tandheelkunde heeft de overstap gemaakt naar bestuur en beleid in de gezondheidszorg.

De dierenarts is zich aan het oriënteren in de richting van het doen van research, uitwerken van casuïstiek, interpreteren van resultaten en adviseren met betrekking tot gezondheid en welzijn van dieren.

 

 

Tenslotte

 

Kun je wel wat tips gebruiken voor het maken van een loopbaanswitch? Die vind je hier:
Geen spijt van je loopbaanswitch
Hoe je succesvol een loopbaanswitch kunt maken
Als je een loopbaanswitch wilt maken, gaat je cv je niet helpen
Hoe je jouw LinkedIn profiel optimaliseert voor een loopbaanswitch
Drie aandachtspunten voor een succesvolle loopbaanswitch

 

 

 

 

Waarom ondernemend zijn nog niet wil zeggen dat je geknipt bent voor het ondernemerschap

 

Een paar weken terug had ik een oriënterend gesprek met een coachklant. De plek waar ze werkt ervaart ze niet echt als inspirerend. Ze vindt de organisatie erg naar binnen gekeerd en de familiaire cultuur die er heerst past niet goed bij haar.

Graag zet ze een volgende stap in haar loopbaan met daarbij de vraag: ‘welke kant ga ik nu op?’ Wordt het een andere functie in hetzelfde werkveld of in een ander werkveld?

Andere grote organisaties in hetzelfde werkveld zijn het voor haar in elk geval niet. Wel andere, kleinere organisaties?

Innovatief en creatief zijn trekt haar aan. Ze ziet zichzelf als ondernemend en haar vraag is dan ook: ‘ben ik een ondernemer?’

En daarop aansluitend: ‘past zelfstandig ondernemerschap bij mij of is het voor mij voldoende om te ondernemen in mijn eigen loopbaan?’

 

Voor een succesvol ondernemer is ondernemend zijn niet genoeg

 

Zelfstandig ondernemerschap vraagt meer dan ondernemend zijn

 

Ondernemend zijn betekent nog niet dat je geknipt bent voor het ondernemerschap. Ook al is het wel een belangrijke competentie.

Als andere competenties die je nodig hebt om succesvol te zijn als ondernemer worden door ondernemers genoemd: doorzettingsvermogen, creativiteit, passie voor je product of je dienst, risico’s durven nemen, flexibiliteit, commercieel inzicht en betrouwbaarheid.

De Kamer van Koophandel noemt enthousiasme, flexibiliteit en doorzettingsvermogen als belangrijke persoonseigenschappen voor een ondernemer.

Naast die persoonseigenschappen moet je volgens de KvK ook over vaardigheden beschikken zoals bijvoorbeeld commercieel inzicht, marketing, netwerken en kennis van boekhouden. Die vaardigheden kun je leren.

 

 

Als ondernemer krijg je naast je eigen vak, er een vak bij

 

Het is goed om je te realiseren dat je als ondernemer naast je eigen vak er een vak bij krijgt; ondernemen en alles wat daarbij komt kijken.

En als je het net als ik, leuk vindt om je te ontwikkelen en te leren, dan gaat er een hele nieuwe wereld voor je open. Ik heb dan ook heel wat trainingen en cursussen gevolgd op het terrein van bijvoorbeeld marketing, financieel succesvol ondernemen, schrijven, SEO, systematiseren van bedrijfsprocessen.

Er komt naar mijn ervaring dus heel wat kijken bij zelfstandig ondernemerschap en ik heb de indruk dat het door menigeen wordt onderschat.

Overweeg je om een overstap te maken van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap? Wil je inzicht in jouw ondernemersvaardigheden? Doe de test van de KvK.

 

 

Groei van aantal zelfstandig ondernemers

 

Zelfstandig ondernemerschap is erg in trek.

Volgens de cijfers van de Kamer van Koophandel groeide in 2022 opnieuw het aantal bedrijven in Nederland. Van bijna 2,2 miljoen begin 2022 naar ruim 2,3 miljoen bedrijven op 31 december. Al met al een groei van 5,7%. Het overgrote deel van die groei komt op conto van zzp’ers.

Op 1 januari van dit jaar was 17 procent van de werkzame beroepsbevolking een zelfstandig ondernemer zonder personeel. Een decennium geleden was dat nog 10 procent. De werkzame bevolking nam in de afgelopen tien jaar met 14 procent toe. Het aantal zzp’ers ging in die periode met 84 procent omhoog naar meer dan 1,6 miljoen. Inmiddels is 70 procent van alle ondernemingen te typeren als zzp’er, aldus de KvK.

 

 

Pros en cons van zelfstandig ondernemerschap

 

Afhankelijk van wat werk voor jou betekent en wat je terug wilt zien in je werk zul je aspecten van zelfstandig ondernemen zien als iets positiefs, dan wel iets negatiefs.

In zijn algemeenheid worden als positieve aspecten van zelfstandig ondernemerschap genoemd: eigen baas zijn, je eigen tijd indelen, werken wanneer en waar je wilt, meer verdienen, persoonlijke ontwikkeling, afwisseling en creatief werken. En ondernemen prikkelt je creativiteit en je probleemoplossend vermogen.

Een aantal van die aspecten hebben te maken met vrijheid. Kennelijk is vrijheid voor veel zelfstandig ondernemers cruciaal. Bijvoorbeeld voor Minou Üçerler. Haar uiteindelijke doel is stoppen op haar 35ste en gaan genieten.

Alsof je niet kunt genieten van je werk, denk ik dan.

Vrijheid is een voorbeeld van een waarde die voor de ene zelfstandig ondernemer ervaren wordt als een pré. Voor een ander kan het juist een van de redenen zijn om te stoppen met het zelfstandig ondernemerschap. Bijvoorbeeld voor een van mijn coachklanten. Als zelfstandig ondernemer mist hij structuur en ook collega’s en daardoor drive en energie.

Vrijheid betekent ook steeds zelf nieuwe opdrachten binnenhalen. De een gaat dat gemakkelijk af en voor zo iemand is het een leuk aspect van zelfstandig ondernemerschap, voor een ander is het een hell of a job. En kan het zelfs een reden zijn om na wikken en wegen te stoppen als zelfstandig ondernemer.

 

 

Positieve kanten van zelfstandig ondernemerschap worden vaak overschat en negatieve kanten onderschat

 

In de eerste zes maanden van 2022 zijn er 76.000 bedrijven opgeheven, het hoogste aantal sinds 2007 – het jaar dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) begon met meten. Vooral zzp’ers stopten ermee. Ongeveer vier van de vijf gestopte bedrijven waren van een zelfstanding ondernemer.

Sanne Wolters, freelancejournalist voor het AD en Nu.nl schreef een artikel over stoppen met zelfstandig ondernemen en interviewde mij als loopbaancoach.

Want wat als je een eigen bedrijf hebt, maar het ondernemen na een paar jaar toch tegen begint te vallen?

Lees het artikel van Sanne Wolters en laat je inspireren.

 

 

 

Ik ben heel benieuwd naar jouw ervaringen als zelfstandig ondernemer.

Wat heeft jou voor zelfstandig ondernemerschap doen kiezen?

En als je gestopt bent als zelfstandig ondernemer en weer in loondienst bent gegaan, wat heeft jou doen stoppen?

Zou je dat willen delen?

Door jouw afwegingen te delen kun je anderen inspireren, dan wel ondersteunen om te komen tot een besluit.

 

 

 

 

Waarom het belangrijk is om je persoonlijke waarden helder te hebben

 

Veel keuzes maak je primair op je gevoel. In tweede instantie kies je redenen om je keuze te rechtvaardigen.

Daarbij is het cruciaal om je persoonlijke waarden helder te hebben. Waarden kun je zien als het fundament van je keuzes; een keuze geënt op waarden maakt je keuze stabieler.

Heb je een aantal keuzealternatieven, dan is het zaak om na te gaan wat de verschillende alternatieven voor jou betekenen. Jouw persoonlijke waarden functioneren daarbij als toetssteen. Met betrekking tot werk bijvoorbeeld: ‘In hoeverre wordt voldaan aan mijn behoefte aan vrijheid of flexibiliteit?’ Of: ‘In hoeverre wordt tegemoetgekomen aan mijn behoefte aan verbinding of juist individualisme?’

Als je je waarden niet helder hebt en niet in contact leeft met je waarden, dan kun je niet de juiste keuze maken. Je bent niet in staat om je grenzen aan te geven en niet in staat om prioriteiten te stellen.

 

Persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer

 

In hoeverre maak je keuzes en neem je beslissingen of overkomen beslissingen je?

 

Marinus Knoope zegt daarover in zijn boek ‘De creatiespiraal’: ‘De mens heeft het bijzondere vermogen zich van zichzelf bewust te kunnen zijn, maar dat is niet hetzelfde als het vermogen om zichzelf te kunnen besturen. Die twee, zichzelf bewust zijn en zichzelf besturen, worden door ons voortdurend door elkaar gehaald.’

In het kader van de vraag ‘nemen we beslissingen of overkomen onze beslissingen ons?’ besloot Marinus Knoope een experiment te doen.

‘Als ik er nu eens vanuit ga dat ik zelf niets hoef te beslissen, dat alles vanzelf gebeurt zoals het gebeurt. Als ik nu eens ophoud met het nemen van beslissingen. Wat gebeurt er dan?’

Hij ging ’s ochtends voor zijn kledingkast staan en dacht niet: ‘Wat zal ik vandaag eens aantrekken?’ maar dacht: ‘Ik ben benieuwd wat ik vandaag aantrek.’

Hij ging bij mensen op bezoek en dacht niet ‘Hoe laat moet ik weer opstappen?’ Nee, hij was gewoon nieuwsgierig hoe laat hij weer zou gaan en óf hij weer zou gaan.

Het eigenaardige was, dat hij gewoon iedere ochtend iets aantrok. En op een redelijk tijdstip wegging bij mensen bij wie hij op bezoek was.

Zijn conclusie van het experiment was dat veel beslissingen gebeuren, ook als je ze niet willens en wetens zelf probeert te nemen.

Dat is misschien maar goed ook. Want heb je enig idee hoeveel keuzes je maakt op een dag?

Ik las, gemiddeld zo’n 30.000. Daarbij moet je dan denken aan de hoeveelheid gedachten die je ongeveer dagelijks hebt. En zo’n gedachte kun je aannemen of niet. In principe zou je over elke gedachte een keuze kunnen maken, maar gelukkig is dat in de praktijk niet het geval.

 

 

Veel keuzes maak je primair op je gevoel

 

Veel keuzes zijn snelle intuïtieve keuzes. Daarbij laat je je keuzes afhangen van twee basale gevoelens die je als mens hebt: het verkrijgen van geluk en het vermijden van pijn.

Bij geluk moet je denken aan alles waar je energie van krijgt. Dat kunnen materiële zaken zijn, maar ook immateriële, zoals voldoening ervaren, genieten, blij zijn, je vitaal voelen.

Bij pijn moet je niet alleen denken aan lichamelijke pijn, maar ook psychische, emotionele pijn. Zoals stress, verdriet, angst, onzekerheid, teleurstelling. Allemaal gevoelens of manieren van zijn die je energie kosten.

 

Elke belangrijke keuze houdt een mate van onzekerheid in.

Daniël Kahneman beschrijft in zijn boek ONS FEILBARE DENKEN een aantal experimenten op basis waarvan hij laat zien dat de meeste mensen een afkeer hebben van risico’s en het liefst op safe spelen.

Waar zou jij bijvoorbeeld voor kiezen? Voor A of voor B?
A: Gooi een munt op. Als het kop is, win je € 100,- en als het munt is, dan win je niets.
B: Je krijgt met zekerheid € 46,-.
Speel je op safe en ga je voor de € 46,-? Of waag je de gok en ga je voor de kans om € 100,- te krijgen?
De intuïtieve keuze, de keuze die direct aanlokkelijk lijkt, is keuze B. Dat is de safe keuze.

 

Wist je dat Nederlanders wereldkampioen verzekeren zijn? Kennelijk heeft het merendeel van de Nederlanders een afkeer van gokken en is bereid om voor het vermijden van onzekerheid een prijs te betalen.

Bij verzekeren is prijs letterlijk een geldwaarde, maar bij prijs kun je ook denken aan psychologische waarden. Denkend aan werk bijvoorbeeld aan gebrek aan: werkplezier, ontwikkeling, collegialiteit, voldoening.

 

 

Pas in tweede instantie zoekt je rationele brein een verklaring voor je keuze

 

In eerste instantie maak je keuzes intuïtief, op je gevoel. In tweede instantie zoek je redenen om je keuze te rechtvaardigen.

In eerste instantie staar je je vaak blind op de vorm van dat wat je wilt hebben, doen of zijn. Met betrekking tot werk bijvoorbeeld de functietitel, de carrièremogelijkheden, het mooie merk waarvoor je aan het werk wilt, de mooie locatie, de aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden.

Terwijl het gaat om de waarden die er voor jou achter zitten. Zo kies je die nieuwe baan bijvoorbeeld niet vanwege het extra geld dat je daarmee verdient, maar dat wat het hogere salaris je geeft. Bijvoorbeeld waardering, erkenning, meer keuzemogelijkheden, meer status misschien?

En wat maakt ‘senior’ in de functietitel belangrijk voor jou? Of waarom wil je werken voor een A-merk? Hoe belangrijk zijn voor jou de arbeidsvoorwaarden? Wat maakt dat merendeels thuiswerken waardevol is voor jou?

Het zal je misschien al duidelijk zijn, wil je een voor jou goede keuze maken dan moet je helder hebben waar jij voor staat en waar jij voor gaat; jouw persoonlijke waarden.

 

 

Persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer

 

Als je geen contact maakt of krachtiger nog, niet in contact leeft met je persoonlijke waarden, kun je niet een juiste keuze maken. Want waar je meet je aan af of een alternatief een goede keuze is of niet?

In mijn trajecten werken we om te komen tot een besluit onder andere met een besluitvormingsmatrix, waarin de diverse alternatieven getoetst worden naar de mate waarin een alternatief voldoet aan de persoonlijke criteria.

De criteria komen terug in en zijn een afgeleide van het profiel van je ideale werk; het antwoord op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder daarbij voor mij belangrijk?’.
Zo werken persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer.

 

 

Tenslotte

 

Heb je jouw persoonlijke waarden nog niet zo scherp?

Of word je geleefd door je dagelijkse beslommeringen, thuis en in je werk? En slaag je er niet in om je leven in te richten overeenkomstig je persoonlijke waarden?

Lees mijn aanbod over de driedaagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’.

 

Tot en met donderdag 6 oktober profiteer je van de bonus voor de vroegboekers:

Een uur individuele begeleiding bij het opstellen/bijstellen van je cv (ter waarde van € 195,-). Zodat je eruit springt met je cv en je kans op werk verdubbelt.

En hoor je nog bij de eerste drie aanmeldingen?

Naast een uur individuele begeleiding bij het opstellen/bijstellen van je cv, een uur feedback op je profiel op LinkedIn en tips hoe LinkedIn in te zetten als instrument voor de baanverwerving (ter waarde van € 195,-).

 

Wil je eerst je vragen aan me voorleggen?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust.

 

 

 

 

 

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Het kostwinnersmodel is volgens Wikipedia: ‘Een maatschappelijk fenomeen waarin gezinnen waarvan de mannelijke echtgenoot buitenshuis (als kostwinner) werkt en de vrouw voor het huishouden en de kinderen zorgt, als ideaal worden gezien’.

De invloed van dat kostwinnersmodel is nog steeds merkbaar in de vorm van diep conservatisme in onze Nederlandse samenleving.

Op de een of andere manier is het kostwinnersmodel een traditionele waarde waar we aan vast willen houden. In strikte zin, of in afgeleide vorm waarin de man de kostwinner is en de vrouw naast huishouden en zorg voor de kinderen nog een parttimebaan heeft.

Gelukkig zijn er steeds meer mannen die hun verantwoordelijkheid nemen. En hun bijdrage leveren in het huishouden en de opvoeding van de kinderen. En niet alleen de verantwoordelijkheid nemen, maar genieten van hun bijdrage en daar voldoening en energie aan ontlenen.

 

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Arbeidsparticipatie bevordert economische zelfstandigheid van vrouwen

 

Nederland bungelt onderaan als het gaat om de arbeidsmarktpositie van vrouwen in de westerse samenleving.

In Nederland werkte in 2020 70% van de vrouwen parttime en 20% van de mannen. Vier op de tien vrouwen is niet economisch zelfstandig.

Ben je de veertig gepasseerd, dan herinner je je misschien nog de slogan ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Het was de slogan van een postbus 51-campagne van de Rijksoverheid die liep van 1989 tot en met 1992.

Het doel van deze voorlichtingscampagne was het stimuleren van emancipatie en arbeidsparticipatie onder meisjes en jonge vrouwen. En ze ervan bewust te maken dat zij in de toekomst niet meer zouden kunnen rekenen op de financiële situatie van het kostwinnersmodel.

Wat betreft het volgen van opleidingen heeft de slogan goed gewerkt. Beneden de leeftijd van 35 zijn vrouwen inmiddels hoger opgeleid dan mannen. En meisjes leveren betere prestaties in het onderwijs. Maar, ik zou zeggen ‘helaas’, gaat twee derde van de vrouwen die hoger onderwijs hebben gevolgd parttime werken.

Of misschien helemaal niet buitenshuis werken.

 

Naar analogie van genoemde slogan zou je nu kunnen propageren: ‘Een slimme meid is op een scheiding voorbereid’.
Volgens het CBS eindigden in 2021 25.962 huwelijken in een echtscheiding. Daarnaast zijn er geregistreerde partnerschappen die in een scheiding eindigen. Dit aantal neemt toe, omdat het aantal stellen dat een geregistreerd partnerschap sluit ook is gestegen. In 2021 gingen 2.686 stellen met een geregistreerd partnerschap uit elkaar.

Stel je als vrouw dus niet economisch afhankelijk op van je partner. Zorg dat je je eigen inkomsten kunt genereren.

 

 

Arbeidsparticipatie betekent meer dan eigen inkomsten genereren

 

In mijn coachtrajecten zijn de topics ‘wat betekent werk voor jou?’ en ‘welke bijdrage wil je leveren met je werk’ altijd belangrijke gespreksonderwerpen.

Gezien het onderwerp van dit artikel focus ik op ‘wat betekent werk voor jou?’.

In mijn boek Wat wil ik nu echt? beschrijf ik wat werk voor mij betekent:

Door mijn werk lever ik een bijdrage aan ons gezinsinkomen en voel ik me financieel onafhankelijk. Mijn werk houdt me scherp en door mijn werk ervaar ik dat ik midden in de maatschappij sta. Mijn werk biedt me kansen om me verder te ontwikkelen en mijn talenten te ontplooien. Door mijn werk kan ik mijn persoonlijke boodschap uitdragen en een maatschappelijke bijdrage leveren.’

 

In mijn coachtrajecten is de vraag ‘wat betekent werk voor jou?’ soms een heel confronterende vraag, die vooral bij doorvragen een coachklant bewust doet worden van wat werk voor haar betekent.

Zeker als iemand denkt ook gelukkig te kunnen zijn met alleen het zorgen voor de kinderen. En bijvoorbeeld als antwoord op mijn vraag formuleert:

Door wat ik doe in mijn werk ervaar ik aansluiting bij mensen, hetzij collega’s of bijvoorbeeld vriendinnen, door mijn werk ben ik een voorbeeld voor mijn kinderen, ik word intellectueel geprikkeld en verdien een extra ‘zakcentje’ bij’.

Als dat het antwoord is op mijn vraag, dan is dat aanleiding tot kritische heroverweging van de betekenis van werk. In mijn voorbeeld is het voor betreffende coachklant de vraag wat maakt dat ze zo gefocust is op zorgen voor haar kinderen.

 

 

Goed kunnen delegeren is bevorderlijk voor arbeidsparticipatie van vrouwen

 

Er is geen bewijs dat vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen dan mannen. In een van mijn vorige artikelen ‘Moederinstinct bestaat niet’ heb je dat kunnen lezen.

Dus, wat let je om als vrouw jouw rol en plaats te pakken op de arbeidsmarkt. Durf huishoudelijke taken en indien van toepassing zorg voor de kinderen, te delegeren.

Een van de geïnterviewden in de documentaire van Liesbeth Staats ‘Waarom werken vrouwen niet?’ zegt daarover:

Ga in godsnaam wat doen met je studie. Ik heb dat zelf niet gedaan. Ik had een relatie en een enorm grote kinderwens. Mijn partner vindt het mooi om een groot gezin te hebben, maar heeft vooral zijn eigen droom. Onze relatie is ongelijkwaardig. Ik heb geen eigen inkomen, geen buffer.

 

En een andere geïnterviewde, een Française adviseert:

Omarm wat meer de Parisienne in jezelf. Wees de meest complete versie van de vrouw. Weiger om te kiezen. Zeg tegen jezelf: én ik wil moeder zijn, én ik wil werken én ik wil een rijk sociaal leven hebben. Het is niet ‘of-of’, maar ‘en-en’. Goed kunnen delegeren is belangrijk. Dat is échte participatie.

Ik begrijp uit de documentaire dat fulltime werken voor mannen en vrouwen in Frankrijk heel gewoon is, in alle lagen van de bevolking. En dat kinderen gewend zijn aan de kinderopvang en de BSO, die beide gesubsidieerd zijn. Bovendien hebben ouders ook vaak een au-pair.

 

Goed kunnen delegeren, misschien is dat voor menige Nederlandse vrouw een opgave. En dan met name het hebben van vertrouwen dat iemand anders net zo goed voor je kinderen kan zorgen en het huishouden kan doen, als jij.

Zeker als die ander jouw partner is en de vader van jullie kinderen.

 

 

Tips om als vrouw je arbeidsparticipatie te vergroten

 

Ook al zijn de tips toegespitst op vrouwen, die hun arbeidsparticipatie willen vergroten. Ook als man kun je er je voordeel mee doen. En bijvoorbeeld als inspiratiebron en rolmodel fungeren.

 

1. Ga in gesprek met andere vrouwen en laat je inspireren.

Naast eigen sociale contacten, sluit je aan bij een vrouwennetwerk. Voor een overzicht van alle vrouwennetwerken, met specifieke info en contactinformatie, klik hier.

 

2. Geef als vrouw het goede voorbeeld.

Alle kans dat je een leukere vrouw bent, als je ook je ambities realiseert. En als jij je ambities realiseert, dan ben je ook een rolmodel en inspiratiebron voor andere vrouwen.
Echte rolmodellen zijn belangrijk voor ambities en inspiratie. Moeders blijken het grootste rolmodel. Moeder, een krachtige vrouw, die dromen heeft en gaat voor haar dromen.

 

3. Ga fulltime werken en delegeer huishoudelijke taken en voor zover nodig, zorg voor de kinderen.

Als vrouwen fulltime zouden werken, dan zouden ze eerder aan de top staan. En als meer vrouwen aan de top zouden staan, zouden meer vrouwen fulltime werken.

 

4. Durf te bravouren, lef te tonen.

Dat zegt Elske Doets, o.a. founder Young Lady Business Academy.
Vrouwen moeten de imperfectie omarmen.

 

5. Stel jezelf de goede vragen.

Wat is belangrijk voor me? Wat betekent werk voor me en hoe verhoudt werk zich tot wat naast werk belangrijk voor me is??
Hoe mijn leven zo in te richten dat ik mijn dromen/ wensen kan realiseren?

 

6. Heb een goed beeld van jouw waarde op de arbeidsmarkt.

En kan daarover overtuigend communiceren, zodat je naar waarde financieel beloond wordt voor jouw bijdrage op de arbeidsmarkt.

 

7. Weet wat je wilt.

Als jij niet weet wat je wilt, dan wordt je leven door anderen bepaald.
En als jij niet staat voor wat je wilt en met alle winden meewaait, dan moet je je niet verbazen als je flexibiliteit flink op de proef wordt gesteld.

 

 

Tot slot

 

Weet je niet wat je nu echt wilt?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

En kun je wel wat hulp gebruiken om te komen tot antwoorden op jouw loopbaanvragen?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust.

 

 

 

 

De invloed van verwachtingspatronen op de rolverdeling mannen en vrouwen

 

Als vrouw is het nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of voor parttime werk. In combinatie met mogelijk deels de zorg voor de kinderen.

Een rol speelt daarbij in hoeverre vrouwen geschikter zijn om te zorgen dan mannen.

In relatie tot die vraag las ik in NRC een interessant artikel over primatoloog Frans de Waal, aan wie ook de titel van dit artikel is ontleend, over zijn kijk op mannen en vrouwen.

 

Invloed van verwachtingspatronen op rolverdeling mannen en vrouwen

 

Traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen

 

De traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen heeft denk ik nog steeds de overhand. De man is kostwinner en de vrouw is de eerstverantwoordelijke voor de zorg voor de kinderen.

En heb je als vrouw werk van behoorlijke omvang, dan nog is de man vaak degene die de meeste inkomsten binnenbrengt.

Dat doet me denken aan een uitspraak van een van mijn coachklanten. Zij had het over haar partner, als kostwinnaar. Alsof je in een relatie een soort wedstrijd hebt wie het hoogste inkomen heeft. En dus de winnaar is.

Toch is dat voor sommigen een heikel punt. Een zelfstandig ondernemer met een florerend bedrijf vertelde me dat haar partner met enige regelmaat de vraag krijgt, hoe het is om een relatie te hebben met een vrouw die meer verdient dan jij als man.

Kennelijk ligt dat soms gevoelig. Zou het iets te maken hebben met wat Frans de Waal ziet als aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen?

 

 

Aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen

 

Mannen zijn volgens Frans de Waal meer geneigd tot competitie en fysiek geweld. Vrouwen letten meer op de sociale context en hebben meer oog voor de kinderen.

Maar, zegt hij, ‘kenmerkend gedrag zegt weinig over waar een dier of mens ook toe in staat is.’

Als voorbeeld noemt hij de vele gezinnen waarin gescheiden mannen voor de helft van de tijd de zorg en de opvoeding van hun kinderen op zich nemen. En dat prima doen.

Ik zie dat van nabij.

Biologisch gezien zijn vrouwen erop ingericht om kinderen te krijgen en te voeden. Een kind wordt uit de moeder geboren. En bij borstvoeding is de eerste voeding van de moeder. Alhoewel er ook vrouwen zijn die ervoor kiezen niet zelf het kind te voeden.

Op een bepaald moment is er sprake van een keuze wie het grootste deel van de zorg voor het kind op zich neemt.

Er is geen biologische grond, anders dan dat de vrouw het kind draagt en mogelijk het kind voedt, waarom de vader niet voor het kind zou kunnen zorgen.

 

Mannen kunnen heel goed voor kinderen zorgen. En zorgneigingen zijn er wel degelijk bij mannen, volgens Frans de Waal. Als ze maar de kans krijgen om die neigingen in te zetten en te ontwikkelen.

Waarom zouden mannen dan geen huisman kunnen zijn? Of bewust kunnen kiezen voor een parttimebaan om meer thuis te zijn en te zorgen voor de kinderen?

Terwijl er legio vrouwen zijn, die huisvrouw zijn. Of in eigentijdse termen; die bewust ervoor kiezen om niet buitenshuis te werken, maar fulltime beschikbaar te zijn om voor hun kinderen te zorgen en hen op te voeden.

 

 

Verwachtingspatronen bij mannen en vrouwen

 

Je bent geneigd te denken dat er veel verschillen zijn tussen het gedrag van mannen en vrouwen. Dat is maar ten dele zo. Met name als je kijkt naar zorgen voor en opvoeden van kinderen.

En ja, mannen hebben meer testosteron dan vrouwen, maar als mannen een kind of kinderen krijgen en een deel van de tijd hun kind(eren) verzorgen en opvoeden, dan schijnt het zo te zijn dat hun hersenen en hormoonprofiel veranderen. Het testosteron daalt en het hormoon oxytocine, het knuffelhormoon, stijgt.

Bij het man of vrouw zijn zit hem, wat betreft de zorg voor kinderen, niet direct de bottleneck. De bottleneck zit hem meer bij de verwachtingspatronen.

Onderzoek bij apen laat dat zien en bij mensen is dat volgens de Waal niet anders: de mannelijke aap verwacht: ‘Jij bent vrouw, jij doet het maar.’ Waarbij de Waal fijntjes opmerkt: ‘Ik denk dat de mannelijke aap ook geleerd heeft dat vrouwelijke apen de kinderen liever niet aan hem overlaten.

 

 

Kortom

 

Mannen kunnen geen kinderen baren, maar mannen kunnen net zo goed voor kinderen zorgen en hen opvoeden als vrouwen.

Als vrouwen hen daartoe maar de kans geven.

Hoe aangekeken wordt tegen het zorgen van een vader voor zijn kind(eren) heeft alles te maken met verwachtingspatronen en cultuur.

Vrouwen zijn per definitie niet geschikter om te zorgen dan mannen. Denk als vrouw dan ook niet direct dat jij geen kansen hebt om je te ontwikkelen in je werk.

En denk als man niet direct dat jij als man verantwoordelijk bent voor het gezinsinkomen en dus in principe de kostwinner bent.

Laat je niet leiden door verwachtingspatronen, maar ga in gesprek over de rol(len) die jij wilt vervullen en hoe je idealiter je tijd zou willen besteden aan werk in combinatie met wat naast werk belangrijk voor je is.

 

 

 

Heb je nog niet duidelijk of je überhaupt zou willen werken?

Een baan in loondienst zou willen hebben of zou willen werken als zelfstandige?

Of twijfel je of vrijwilligerswerk je ook voldoende voldoening zou kunnen geven, al dan niet in combinatie met je gezin?

Wil je jouw vragen aan me voorleggen?

Bel (06-54762865/ 0575-544588) of e-mail ([email protected]) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden

 

 

 

 

Waarom je jouw loopbaankeuze niet moet laten bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving

 

‘Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem’ ; dat zegt Jeanne Bieruma Oosting, schilderes.

Op dit moment lees ik haar biografie ‘Geen tijd verliezen’, geschreven door Jolande Withuis.

Jeanne Bieruma Oosting heeft een lange strijd moeten leveren. Niet alleen om zich te ontworstelen aan het aristocratische milieu waarin ze opgroeide. Ook als kunstenares had ze te maken met seksevooroordelen.

Volgens de conservatieve opvattingen van haar familie hadden meisjes maar één doel in het leven: trouwen en kinderen krijgen. Werken was taboe.

Anno 2022 is het als vrouw nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière. Ook al is er historisch gezien al een hele strijd aan vooraf gegaan.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of parttime werk.

Neem zelf de regie met betrekking tot de plaats die werk inneemt in jouw leven. Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk.

 

Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

 

Ontsnappen aan een leven onder het juk van een man

 

Om te ontsnappen aan een leven onder het juk van een man koos een van mijn tantes voor het leven als Medische Missiezuster. Lange tijd leidde ze vroedvrouwen op in Malawi.

Ze vertelde me haar openhartige verhaal over haar drijfveer om zich aan te sluiten bij de Medische Missiezusters pas toen ze weer lang en breed terug was in Nederland.

Net als Jeanne Bieruma Oosting was zij een krachtige vrouw. Samen met haar medezusters. Ik hoor het mijn oma nog zeggen: ‘Stelletje feministen zijn jullie.

 

Jeanne Bieruma Oosting was ook een feminist, ook al vraag ik me af of men in haar tijd (1898-1994) in die termen over krachtige vrouwen sprak.

In elk geval noemde men een studerende vrouw een ‘geleerde vrouw’. En de keuze voor het uitoefenen van een vak kwam neer op een keuze tégen het huwelijk.

Dat werd de biografieschrijfster, een gepromoveerd sociologe, heel duidelijk toen Jeanne Bieruma Oosting verbaasd te kennen gaf ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’

 

 

Aan de vrouwenemancipatie is een lange strijd voorafgegaan

 

Wist je dat vrouwen anno 1898 geen gelijke rechten hadden en gehuwde vrouwen helemaal rechteloos waren?

Dat ze voor het eerst mochten stemmen in 1922, maar niet konden beschikken over eigen geld of beslissingen konden nemen over de opvoeding van de kinderen? Dat je als gehuwde vrouw min of meer onder curatele stond van je echtgenoot? En dat je als gehuwde vrouw pas in 1957 ‘handelingsbekwaam’ werd en tot ongeveer 1970 bij zwangerschap of huwelijk kon worden ontslagen?

Toch waren er gedreven vrouwen die zelf hun kost verdienden en hun talenten ontwikkelden. Vooral overigens alleenstaande vrouwen.

 

 

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog steeds een item op de arbeidsmarkt

 

Zoals in een van mijn vorige artikelen naar voren komt, zijn het nu vooral de vrouwen die parttime werken. Ook al hebben steeds meer mannen tegenwoordig ook een parttimebaan.

Vrouwen die helemaal gaan voor hun passie of hun carrière zijn in de minderheid.

Bovendien is parttime werken sectorgevoelig. En met name in sectoren die feminiseren, in het onderwijs en in de zorg, werken mannen eerder in deeltijd.

Wat dat betreft is het ook opmerkelijk dat hoe meer vrouwen in een beroepsgroep gaan werken die voorheen gedomineerd werd door mannen, hoe meer de status van dat beroep afneemt. Bijvoorbeeld in de rechtspraak en in de geneeskunde, waar steeds meer vrouwen werken als huisarts en mannen eerder kiezen voor een specialisatie, bijvoorbeeld chirurgie.

Er is dus nog lang geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.

 

 

Bepaal de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk en neem die ruimte

 

Stem je keuze niet af op externe beperkingen en schik je niet in beperkingen die je als knellend ervaart.

Houd voor ogen wat je doel is, waar jij warm voor loopt.

Als je dat opgeeft omwille van verwachtingspatronen, gewoontes of beperkingen die voortkomen uit de cultuur, dan zal dat je niet gelukkig maken.

Laat je niet bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving.

De uitspraak van Jeanne Bieruma Oosting ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’ is een mooi voorbeeld van zo’n opvatting. Alsof je als gehuwde vrouw er bent om jouw echtgenoot, jouw ‘heer’ te dienen.

Vind oplossingen voor reële beperkingen.

Wat staat je te doen, wat heb je te regelen om te gaan voor waar jij warm voor loopt?

De dilemmabenadering die ik beschreef in een eerder artikel, kan je daarbij helpen.

 

 

 

Heb je nog geen helder beeld van wat je nu echt wilt?

Van de richting waarin je je wilt ontwikkelen in werk?

En wat werk voor jou betekent?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

En vind je het moeilijk om in je eentje tot een antwoord te komen op jouw vraag?

Neem gerust contact met me op. Via e-mail ([email protected]) of telefoon (06-54762865/ 0575-544588).

 

 

 

 

Hoe een paar uur extra werken voor iedereen winst oplevert

 

Een paar dagen geleden belde ik met onze dochter. Zij woont samen met haar gezin al een aantal jaren in Californië. We spreken elkaar dus vooral online. De manier waarop ik een technisch akkefietje met de onlineverbinding even oploste, deed haar denken aan gesprekken met mensen uit haar netwerk. Verbaasd als ze is over hoeveel mensen vroeg willen stoppen met werken. Eerst een aantal jaren hard werken en veel geld verdienen, zodat je financieel onafhankelijk bent en dan lekker vroeg gaan genieten van het vrije, blije leven en je pensioen.

Kennelijk kan ze het dan niet nalaten om met haar moeder in gedachten, te vertellen hoe het ook anders kan. Dat je met plezier je werk doet, energie krijgt van je werk, voldoening ervaart en al met al je werk zo betekenisvol voor je is, dat je lekker doorgaat met je werk.

 

Dat doet me denken aan het probleem van de krapte op de arbeidsmarkt. En de factoren die daarbij een rol spelen.

Je bent dan gauw geneigd om te denken aan vergrijzing, waardoor minder mensen beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Maar volgens Geert-Jan Waasdorp is het grootste probleem in de huidige krappe arbeidsmarkt niet dat de mensen er niet zijn. Die zijn er namelijk wél, meer dan ooit. Het probleem is dat de mensen die er zijn, zorgen voor onvoldoende economisch aanbod.

Maar hoe komt dat dan?

 

Nederland als kampioen parttime werken

 

Nederland is koploper in parttime werken

 

Het gemiddelde aantal werkuren per week is 29.

Het zal je niet verbazen dat het vooral de vrouwen zijn die parttime werken. Zeven op de tien vrouwen in ons land werken tussen de 12 en 32 uur. En ook steeds meer mannen hebben tegenwoordig een parttimebaan.

Bovendien zijn de deeltijdbanen vaak erg klein. Bijvoorbeeld in het onderwijs en in de zorg en dat zijn met name sectoren met veel krapte.

In een publicatie van SERmagazine komt naar voren dat de helft van de zorgmedewerkers minder dan 25 uur per week werkt.

Stel je eens voor, welke winst het oplevert als in een grote organisatie tientallen medewerkers bijvoorbeeld van 18 uur naar 21 of 22 uur gaan. Dat levert niet alleen winst op met betrekking tot het oplossen van de personeelskrapte, maar ook breder.

Denk bijvoorbeeld aan financiële zelfredzaamheid van werknemers, grotere betrokkenheid bij de organisatie, meer medewerkerstevredenheid en daardoor minder uitval.

Want zeg nu zelf, in hoeverre zou je je meer betrokken voelen bij de organisatie als je meer uren zou werken, meer taken naar je toegeschoven krijgt, of kunt pakken, aansluitend bij jouw talenten en de richting waarin je je wilt ontwikkelen? En als jouw werkgever graag in jouw ontwikkeling wil investeren omdat je gezien wordt als een waardevolle kracht?

Met een kleine parttime baan is dat vast anders.

 

 

Maatschappelijke trends die zorgen voor minder economisch aanbod

 

Waar een volle baan lang betekende dat je veertig uur beschikbaar was voor jouw werkgever en 40 uur ook de norm was, is een werkweek van 36 of 32 uur nu heel gangbaar. En wordt een baan van die omvang ook niet echt gezien als een parttimebaan.

Die paar uurtjes minder werken leiden niet direct tot krapte op de arbeidsmarkt. En zoals gezegd, ook de vergrijzing is niet hét probleem.

Vergrijzing is volgens de eerdergenoemde Geert-Jan Waasdorp wel een factor die een rol speelt, maar is niet dé oorzaak van de krapte op de arbeidsmarkt.

Hij ziet een aantal maatschappelijke trends die er met name voor zorgen dat er minder aanbod is.

Om te beginnen is er weinig activiteit op de huidige arbeidsmarkt. Weinig mensen zijn actief op zoek naar banen en vacatures. Werkgevers, al dan niet in de vorm van hun recruiters, moeten actief op zoek naar potentiële werknemers.

Ook blijkt het voor organisaties niet altijd makkelijk om werknemers vast te houden. Van alle starters in de zorg verlaat bijvoorbeeld 43% binnen twee jaar (teleurgesteld) de sector. Binnen het onderwijs is het verloop van jonge mensen eveneens heel groot. Zo zei bijvoorbeeld een van mijn coachklanten: ‘Het werken met de kinderen vond ik heel leuk, maar die ouders………’.

Bovendien is opscheppen over hoeveel uur je werkt er steeds minder bij. Ik heb de indruk dat het eerder als ‘sneu’ wordt ervaren als je je moet profileren met het aantal uren dat je werkt. Minimaal werken en maximaal leven; dat is steeds meer het devies.

En in het verlengde van minimaal werken en maximaal leven Financial Independent Retire Early (FIRE), of Work Less (WL); eerder stoppen met werken of minder gaan werken zodat je kunt doen waar je gelukkig van wordt.

Alsof je in je werk niet kunt doen waar je gelukkig van wordt, denk ik dan.

Een andere trend die past bij het bovenstaande is de groei van het aantal zzp’ers. Vanuit de gedachte dat je als zzp’er in minder uren dan in loondienst, het benodigde geld kunt verdienen om maximaal te kunnen leven.

 

 

Betekenisvol en waarde(n)vol werk als bijdrage om de krapte op de arbeidsmarkt terug te dringen

 

De SER doet in een van haar publicaties een aantal aanbevelingen om de krapte op de arbeidsmarkt terug te dringen. Kort samengevat komen die aanbevelingen neer op betere organisatie van het werk, minder regeldruk en goed werkgeverschap.

Maar ook als individu, als werknemer, kun je je bijdrage leveren.

In mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ heb je wellicht gelezen dat lang niet iedereen zijn werk als zinvol ervaart. Misschien zelfs tot de conclusie komt dat zijn baan in wezen een onzinbaan is. Ik hoor dat met enige regelmaat van mijn coachklanten. Bijvoorbeeld iemand die naar zijn zeggen toezicht houdt op het toezicht of een clusterleider in de zorg die een deel van zijn taken ervaart als bullshit.

Ervaar jij je werk als bullshit?

Ga de confrontatie aan met jezelf en maak werk van voor jou zinvol werk. Dat is werk waar je ’s ochtends graag je bed voor uit komt, waar je energie van krijgt en waar je tijd en aandacht aan wilt besteden.

Het is werk dat past bij jouw persoonlijke missie en de bijdrage die jij wilt leveren met wat je doet in je werk. En werk dat past bij jouw kwaliteiten en waarin je jouw kwaliteiten verder kunt ontwikkelen. Dat alles in een omgeving die optimaal bij jou past.

Als je dat werk kunt doen, dan geeft je dat de energie om er vol voor te gaan. Rekening houdend met wat naast werk belangrijk voor je is. Zodat er een gezonde balans is tussen je werk en je leven naast je werk.

Wat dat betreft kan ik je het kijken van de nieuwste serie van Borgen aanbevelen. De politiek beheerst het leven van Birgitte Nyborg, maar zonder haar werk kan ze niet. Zelf zegt ze: ‘Als ik niet negentien uur per dag werk, wie ben ik dan?’

Voor mij klinkt dat ongezond; een schoolvoorbeeld van onbalans.

Werk is een betekenisvol deel van je leven. Werk is niet je leven.

 

 

Tot slot

 

Het is mijn missie als loopbaancoach om jou te begeleiden naar werk dat voor jou betekenisvol en waarde(n)vol is.

Je zult ervaren dat mooi werk niet alleen jou ten goede komt, maar ook jouw omgeving en jouw werk- of opdrachtgever. En nog breder, een bijdrage levert aan het terugdringen van de krapte op de arbeidsmarkt.

 

Laat het me horen als je hulp kunt gebruiken op jouw pad naar mooi werk.

Via e-mail ([email protected]) of telefoon (06-54762865/ 0575-544588).

 

 

 

Hoe je als loopbaanswitcher voorkomt dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht

 

Ben je niet gelukkig met je huidige werk en wil je een loopbaanswitch maken?  

Je kunt wachten tot het je overkomt. Je kunt ook zelf de regie pakken, onafhankelijk van wat toevallig op je pad komt.   

Daarbij is echt toeval iets anders dan wat ik noem gepland toeval, planned happenstance. Gepland toeval gaat over het zien en herkennen van kansen. Dat vraagt van je dat je een beeld hebt van de richting die je uit wilt gaan qua werk en van waar voor jou kansen liggen.  

Dat betekent dat je je onderzoek hebt gedaan naar wat je nu écht wilt. En onderzoek hebt gedaan naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die passen bij wat je te bieden hebt en het werk dat je wilt doen.

 

Hoe je bij loopbaanswitch voorkomt dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht

Fotocredits: Olena Kosynska/Shutterstock.com

 

Je richting bepalen en dan stap voor stap toewerken naar je doel, in plaats van je afhankelijk opstellen   

 

Met vliegen vangen kun je niet in je levensonderhoud voorzien 

Bij vliegen vangen denk ik dan aan grijpen wat er op je pad komt. Of rücksichtslos ten uitvoer brengen van ideeën die in je opkomen, zonder dat je eerst eens stil hebt gestaan bij mogelijke consequenties. En afwegingen hebt gemaakt om helder te krijgen of het een goed bij jou passend idee is of niet.   

Ben je ontevreden met je werk, dan komen mogelijk allerlei alternatieven in je op. Soms ook alternatieven waarbij je van links naar rechts schiet. Op basis van spontane ideeën of toevallige indrukken opgedaan in je omgeving.  

Zo noemde bijvoorbeeld een van mijn coachklanten: een meer coachende, leidinggevende rol in het onderwijs, een leidinggevende rol bij een klein bedrijf in de techniek, een functie als facilitair manager in de zorg, een eigen klussenbedrijf. Maar het allerliefste begint hij een camping in Frankrijk.  

Hoe nu te komen tot een keuze?  

 

 

Mooi werk is werk waarin vier elementen geïntegreerd zijn 

 

In Japan heeft men het dan over jouw Ikigai.

Om te beginnen is dat werk waarin je bezig kunt zijn met activiteiten waar je goed in bent en waarin je je verder kunt ontwikkelen.  

En niet alleen waar je goed in bent, maar ook waar je van houdt. 

Verder werk waarin je een bijdrage kunt leveren aan waar behoefte aan is en wat aansluit bij jouw persoonlijke missie. 

En niet onbelangrijk, waar je voor betaald kunt worden. En dus een mooi inkomen mee kunt genereren. 

Dan heb je vier elementen voor mooi werk te pakken.    

Maar gelijk ook elementen waar zaken anders uit kunnen pakken dan je dacht.  

 

 

Goed je onderzoek doen alvorens een loopbaanswitch te maken  

 

Je kunt een bepaald beeld hebben van een beroep of functie, maar of dat werk ook echt bij je past, dat weet je vaak nog niet.  

Het mooiste zou zijn als je het eerst zelf zou kunnen ervaren. Zo kon bijvoorbeeld Maurice in een tijdelijk coronabaantje ervaren wat het is om te werken als bakker in een bakkerij. 

Toen vervolgens de kans zich voordeed om een nieuwe bakkerij te runnen greep hij die kans, wetend wat hem te wachten stond.  

 

Dat wordt anders als je als zelfstandige aan het werk gaat en denkt een mooi aanbod te hebben, maar tot de ontdekking komt dat er onvoldoende behoefte is aan wat jij te bieden hebt.  

Of dat je wel een mooi aanbod hebt, maar dat het kennelijk moeilijk is om er zodanig voor betaald te worden dat je in je eigen levensonderhoud kunt voorzien. Laat staan, er een gezin van kunt onderhouden.  

Zo mailde iemand mij: Momenteel ben ik helaas bezig mijn praktijk op te doeken, aangezien de werkzaamheden zijn verminderd. Ik ben nu op zoek naar een parttimebaan in loondienst. 

 

 

Steeds meer werkenden maken een loopbaanswitch en worden zzp’er 

 

In 2021 waren er 1,1 miljoen mensen met een hoofdbaan als zzp’er.

Werken als zelfstandige zonder personeel lijkt heerlijk. Zeker als je denkt aan de vrijheid om zelf te bepalen hoeveel en wanneer je werkt, niet meer voor een baas werken maar eigen inkomen genereren, meer kunnen verdienen dan in loondienst, werk en privé beter kunnen combineren.   

Maar of de werkelijkheid is als gedacht?  

Dat moet nog blijken. Menigeen vergist zich daarin en komt bijvoorbeeld tot de ontdekking dat freelancen financieel gezien niet is wat je ervan verwacht had. Of dat het helemaal niet zo leuk is om als zelfstandige te werken. Om bijvoorbeeld geen collega’s te hebben en geen onderdeel te zijn van een team. En dat het lang niet altijd makkelijk is om eigen opdrachten of eigen klanten te werven.   

Het is goed om voor jezelf goed je onderzoek te doen voordat je stappen gaat zetten. Zelfonderzoek naar ‘Wat kan ik?’, ‘Wat wil ik?’ en ‘Welke omgeving past bij mij?’, maar ook onderzoek naar behoeften en kansen op de arbeidsmarkt. In plaats van dat te doen als je je schepen achter je hebt verbrand. 

 

 

Het aangaan van oriënterende gesprekken verkleint de kans dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht  

 

Door mijn coaching of door het doorwerken van mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ kom je tot antwoorden op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder voor mij daarbij belangrijk?’.  

Je hebt de criteria op een rij waaraan je ideale werk moet voldoen. Dat zijn ook de criteria waaraan je jouw opties af kunt meten.  

Voor jezelf kun je een inschatting maken in hoeverre je denkt dat een specifieke optie voldoet aan de diverse criteria. Maar of jouw beeld klopt met de werkelijkheid?  

Is bijvoorbeeld het zelf managen zo leuk is als je denkt? Komen het sociale, het creatieve en het organisatorische dat jij beoogt, terug in werk als eigenaar van een camping? Hoe het is om in de praktijk daarmee bezig te zijn? En hoe het is om al dan niet met een gezin te verhuizen naar Frankrijk?  

Dat achterhaal je door gesprekken aan te gaan met mensen die ervaring hebben met het maken van zo’n loopbaanswitch en die nu het werk doen dat jij wilt doen. Of dat misschien gedaan hebben. Zoals een van mijn netwerkcontacten die onlangs zijn camping in Frankrijk heeft verkocht.  

Maak voor jezelf een lijst van mensen die je wilt spreken met betrekking tot de diverse opties die je voor ogen hebt. Blijf niet hangen in beelden in je hoofd, maar vorm je een beeld van de realiteit. Maak afspraken en ga gesprekken aan. Daarmee verklein je de kans, of misschien zelfs voorkom je, dat je loopbaanswitch anders uitpakt dan gedacht.  

 

 

Kun je nog wat extra tips gebruiken om succesvol een loopbaanswitch te maken?

Laat het me horen, via e-mail ([email protected]) of telefoon (0575-544588/ 06-54762865).  

 

 

 

Waarom hoogopgeleid zijn lang niet altijd wil zeggen dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies

 

‘Je moet niet onder je niveau gaan werken’; dat wordt vaak gedacht of gezegd.  

Over het algemeen denkt men dan aan opleidingsniveau. Alsof dat alles zegt over wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt.  

Ben je hbo- of wo-opgeleid, dan verwacht men dat je ook op dat niveau gaat werken. Terwijl je dat misschien helemaal niet wilt. Bijvoorbeeld omdat je van jezelf vindt dat je meer een doener bent dan een denker. Dat je liever met je handen werkt dan met je hoofd. Of dat je de kans wilt grijpen om je hart te volgen en bijvoorbeeld culinair te excelleren.  

Er zijn hoogopgeleiden die de sprong wagen, hun carrière omgooien en iets heel anders gaan doen dan waarvoor ze zijn opgeleid. Ook al is het werk dat met name door hun omgeving gezien wordt als ‘onder hun niveau’.  

Kim van der Meulen geeft daar in haar artikel in het FD sprekende voorbeelden van. En Sanne Wolters in haar artikel over loopbaanswitchers, voor DPG Media.    

  

De voorbeelden laten zien dat hoogopgeleid zijn, lang niet altijd betekent dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies. 

Want of werk goed bij je past en of je gelukkig wordt van het werk dat je doet, wordt door veel meer factoren bepaald dan of je werk aansluit bij je intellectuele capaciteiten en het vakgebied waarvoor je bent opgeleid.  

 

Als hoogopgeleide niet altijd gelukkig van daarop aansluitende functies

 

Je kunt wel goed zijn in iets, maar of je het ook leuk vindt om ermee bezig te zijn, dat is nog maar de vraag 

 

Ben je goed in iets, bijvoorbeeld werken met cijfers, maar vind je het niet leuk om in je werk hele dagen met Excel bezig te zijn, dan kost je werk je meer energie dan het je oplevert.  

Aan de andere kant, vind je iets wel leuk om te doen maar ben je er niet goed in, dan kost dat ook energie.  

In mijn loopbaantrajecten komen we dan ook tot een gewogen rangordening van jouw kwaliteiten, een top vijf. Dat zijn de kwaliteiten die je in vergelijking met je andere kwaliteiten het liefste inzet in je werk en waarin je, ook weer in vergelijking met je andere kwaliteiten, het beste bent.  

Als je die top vijf in kunt zetten in je werk, dan geeft je dat energie. In plaats van dat je werk je vooral energie kost.  

Zo zei iemand laatst tegen mij: ‘Als ik dit werk blijf doen, dan heb ik zo een burn-out’. Hij werkt als senior beleidsmedewerker bij een gemeente, maar ziet zichzelf meer als een doener dan een denker.  

En zo maakte een oud-coachklant na zijn studie bedrijfseconomie de overstap van business consultant naar ambachtelijk bakker in een eigen duurzaam bakkerijconcept.  

 

 

Wil je happy zijn met je werk, dan moet het werk passen bij wat werk voor jou betekent en de bijdrage die jij wilt leveren  

 

Wat werk voor jou betekent.  

Doe je betaald werk, dan is je werk algauw een bron van inkomen om in je levensonderhoud te voorzien.  

Maar naast bron van inkomen heeft werk voor de meesten van ons meer betekenis dan alleen inkomen genereren. Bijvoorbeeld jezelf ontwikkelen, uitgedaagd worden, structuur in je dag, erbij horen, mensen ontmoeten, ertoe doen met je werk, voldoening krijgen van je werk door het leveren van een maatschappelijke bijdrage.  

Ook iets creëren, iets maken, met je handen bezig zijn, energie krijgen van je werk zijn voorbeelden van redenen waarom mensen werken.  

Meer over de betekenis van werk lees je in een van mijn vorige artikelen.  

Genoemde redenen kunnen overigens ook drijfveer zijn om vrijwilligerswerk te doen, mocht werk voor jou niet direct middel zijn om inkomen te genereren.   

 

De bijdrage die jij wilt leveren met je werk.  

Waar loop jij warm voor? Wat is voor jou zodanig belangrijk dat jij daaraan een bijdrage wilt leveren?  

Ik noem dat jouw missie met betrekking tot werk; jouw werkmissie.    

Bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan een inclusieve samenleving waarin iedereen van belang is en toegang heeft tot kennis en wat het leven mooi maakt; van kunst tot cultuur, van muziek tot natuur.  

Met zijn doctoraalstudie maatschappijgeschiedenis, afstudeerrichting Media en Cultuur heeft een van mijn klanten jarenlang gewerkt als researcher, producer, redacteur videoproducties. Met name omwille van de balans tussen werk en privé werkt hij nu parttime als medewerker organisatie en planning bij een culturele instelling.  

 

 

Wil je gelukkig zijn met je werk, dan moet de werkomgeving bij je passen 

 

Werk dat aansluit bij je missie en bij jouw kwaliteiten maakt niet altijd gelukkig.  

Ook de werkomgeving moet bij je passen.    

Zo vertelde een van mijn coachklanten over zijn ervaring met zijn droombaan in beleggingen in vastgoed. Die gelegenheid deed zich voor bij een pensioenfonds. Het was een baan voor wo-opgeleiden, terwijl hijzelf hbo is opgeleid.  

Ondanks dat, was zijn sollicitatie succesvol. Een assessment wees uit dat hij qua intellectuele capaciteiten kon concurreren met wo-opgeleiden.  

Toch heeft hij daar niet lang gewerkt. De werkomgeving, gedomineerd door wo-opgeleiden, paste niet bij hem waardoor hij zich daar niet thuis voelde.  

Overigens kan je ook het tegenovergestelde overkomen. Dat je je niet op je plek voelt in een omgeving die niet bij je past omdat je bijvoorbeeld graag met collega’s informatie uitwisselt over je vakgebied en je ervaring. Terwijl in jouw optiek de inhoud van de gesprekken met je collega’s meer het karakter heeft van een theekransje.  

Het is dan ook goed om voor jezelf heel helder te hebben wat je qua omgeving nodig hebt in je werk, zodat je keuzes daaraan af kunt meten.  

 

 

Kortom 

 

Neem zelf de verantwoordelijkheid voor je loopbaan. Stel je niet afhankelijk op van wat jouw omgeving vindt van jouw loopbaankeuzes. Ook al kies je voor werk onder het niveau en in een totaal ander vakgebied dan waarvoor je bent opgeleid.  

En word je geconfronteerd met onbegrip, maak bespreekbaar wat jou deze stap heeft doen zetten. Leg uit wat jou bewogen heeft. Dat levert je begrip op en vaak zelfs waardering voor jouw keuze.  

 

 

Ben je niet gelukkig met je werk. En weet je niet wat je zou willen?  

Lees mijn boek Wat wil ik nu echt?’.

 

En wil je met mij sparren over jouw loopbaanvraag?  

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden.