Tag Archief van: kiezen

Waarom werkdruk op zichzelf geen probleem hoeft te zijn

 

Werkdruk te hoog? Eigen schuld, dikke bult; las ik in MT/Sprout. Deels kan dat inderdaad zo zijn, maar om te hoge werkdruk nu te labelen als eigen schuld? Alsof jij als werknemer maar moet veranderen, anders naar je werk moet kijken en er anders mee moet leren omgaan?

Alsof het jouw schuld is dat je de werkdruk als te hoog ervaart omdat je je verantwoordelijk voelt voor je werk. En bijvoorbeeld als ok-assistente, je geroepen voelt om in te springen voor een zieke collega. Of als dierenarts, je geroepen voelt om na werktijd nog bloed- en urineonderzoekjes te doen. Omdat je daar tussen de consulten niet aan toe komt.

Deels kun je anders leren omgaan met je werk; je minder verantwoordelijk voelen, minder hoge eisen stellen aan jezelf in relatie tot je werk, duidelijk je grenzen aangeven en op je strepen staan. Maar of dat je werkplezier en werkgeluk ten goede komt?

 

Werkdruk te hoog?

 

Werkdruk is niet hetzelfde als het druk hebben op je werk

 

Je kunt het druk hebben en geen werkdruk ervaren omdat je heel enthousiast bent over wat je doet. Je voelt je betrokken bij je werk en de organisatie waarvoor je werkt.

Hard werken houd je dan goed vol, omdat je tijdens je werk vooral flow ervaart. Je gaat helemaal op in wat je doet, beleeft er plezier aan en bent intrinsiek gemotiveerd.

Als je bevlogen je werk doet, dan levert werk je energie op, in plaats van dat het je energie kost. Het druk hebben met je werk is dus niet per definitie ongezond.

Werkdruk ervaar je als je functie hoge eisen aan je stelt en je wordt uitgedaagd om je kwaliteiten ten volle te benutten.

 

 

Werkdruk is niet per definitie ongezond

 

Werkdruk kan heel gezond zijn.

Het wordt pas een probleem als de druk te hoog of te laag is. Bij te hoge werkdruk heb je het gevoel dat je niet kunt voldoen aan de eisen die je aan je worden gesteld. Met als gevolg stress, waardoor je werk je meer energie kost dan het je oplevert. Dat kan uiteindelijk leiden tot burn-out.

Bij te lage werkdruk word je onvoldoende uitgedaagd en kun je jouw kwaliteiten onvoldoende benutten. Met als risico dat je in een bore-out belandt; je wordt ziek van verveling.

Het lastige is, dat de symptomen van een bore-out deels hetzelfde zijn als de symptomen van een burn-out. Waardoor je de symptomen soms verkeerd interpreteert. En dat je, zoals ik weleens van coachklanten hoor, de indruk hebt dat je een burn-out hebt, terwijl je juist onvoldoende aan je trekken komt. En dus een bore-out hebt.

 

 

Als aan basisbehoeften wordt voldaan, dan kun je heel wat werkdruk aan

 

Bij die basisbehoeften moet je denken aan autonomie (vrijheid en vertrouwen), competentie (uitdaging en waardering) en verbinding (ervaren van steun en voldoening).

Arnold Bakker, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, doet onderzoek naar bevlogenheid op het werk. Bekend van zijn werk is het JD-R-Model. JD staat voor Jobdemands (taakeisen) en R voor Resources (hulpbronnen/ energiebronnen).

Taakeisen die aan je worden gesteld kun je als stressoren ervaren, maar ook als uitdaging. Dat hangt af van de energiebronnen die er zijn om de taakeisen op te vangen. Naarmate je meer de beschikking hebt over energie- en hulpbronnen, kun je hoge taakeisen beter aan.

Die energiebronnen kunnen persoonlijk gerelateerd zijn, maar ook werk gerelateerd en dus gekoppeld aan je werkomgeving.

Wil je nog eens nalezen hoe dat werkt? Klik dan hier.

 

 

Werkdruk te hoog?

 

Ik vind het al te makkelijk geredeneerd en te kort door de bocht om te zeggen: ‘Werkdruk te hoog? Eigen schuld, dikke bult’.

Daarvoor spelen bij te hoge werkdruk te veel factoren een rol. En kan de werkomgeving in combinatie met de persoonlijkheid ervoor zorgen dat je opbrandt in je werk of juist heel gemotiveerd presteert.

Inzicht in de factoren die een rol spelen kan je wel degelijk helpen om meer grip te krijgen op de werkdruk die je ervaart en waar je zelf verandering kunt bewerkstelligen.

In een coachtraject onderzoeken we dan ook waar je tegenaan loopt in je werk en wat met name maakt dat je werk je zo veel energie kost. Zo veel, dat je met enige regelmaat té moe bent om te werken.

En niet onbelangrijk, in hoeverre je zaken naar je hand kunt zetten. Op en in je werk, maar ook daarbuiten. Want vaak is te weinig opladen buiten je werk ook een belangrijke factor die een rol speelt bij te hoge werkdruk.

 

 

 

Ervaar je de druk op je werk als te hoog?

Wil je graag de vinger erachter krijgen wat maakt dat je werk je zoveel energie kost in plaats van dat het je energie oplevert?

Plan gelijk even een afspraak in voor een oriënterend gesprek met deze link. In een oriënterend gesprek onderzoeken we wat maakt dat je ‘leegloopt’ op je werk. En wat punten zijn om aan te ‘sleutelen’ om daarin verandering te brengen.

 

 

 

 

Waarom het zo gek nog niet is om te ‘winteren’; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode

 

Mijn wekker gaat steevast elke ochtend om kwart voor zeven af. Door de week of in het weekend, zomer of winter; voor mij maakt dat geen verschil. Kennelijk is ook mijn lijf zodanig gewend aan dat ritme, dat ik mogelijk ook heel goed zonder wekker zou kunnen. Want meestal ben ik wakker voordat het tijd is om op te staan.

Ik heb dan ook niet direct behoefte aan een winterslaap. Alhoewel het misschien wel zo is, dat ik in het voorjaar en ‘s zomers meer energie heb dan hartje winter. Maar naar ik begrepen heb, is dat heel natuurlijk.

Wist je dat mensen in tegenstelling tot dieren zich veel minder aantrekken van de seizoenen? En dat het best goed zou zijn om een beetje beter te leren winteren?

 

 

Waar de natuur tot rust komt als de winter in aantocht is, jakkeren wij mensen vaak maar door

 

Wist je dat zelfs wijngaardslakken wegkruipen in de winter en hun huisje afsluiten met een slijmlaagje dat verkalkt tot een tijdelijk sluitplaatje? Al in de herfst treft de wijngaardslak zijn voorbereidingen en graaft een geschikt winterplekje, met beschutting tegen droogte en vorst. Ik vond het grappig om te lezen dat een wijngaardslak bij het graven van zijn holletje, zijn huisje gebruikt om grond te verzetten. Ik zou wel eens willen zien hoe zo’n slak dat doet.

Wat ‘winteren’ betreft kunnen wij mensen een voorbeeld nemen aan de natuur, die tot rust komt als de winter in aantocht is. Het zou goed zijn om na een periode figuurlijk te ‘winteren’; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode. In plaats van maar door te jakkeren met al onze bezigheden en alles wat we nog zo nodig moeten.

Eerlijk gezegd, heb ik ook zelf gaandeweg steeds beter geleerd om de tijd te nemen om bewust stil te staan, letterlijk en figuurlijk. Al een aantal jaren nu, start ik mijn dag met een meditatieve wandeling, nog voor mijn ontbijt. Ik gun me de tijd om te wandelen met aandacht. Me daarbij als vanzelf, met al mijn zintuigen openstellend voor al het mooie dat met name de natuur te bieden heeft. Dat betekent dat ik dan ook letterlijk stil kan blijven staan om bijvoorbeeld de amandelen te bekijken, die al aardig beginnen te groeien en te rijpen. Of te luisteren naar het ruisen van de beek of de vogel- of insectengeluiden die ik hoor. Of te kijken naar de beweging van de wolken, die hun schaduw geven in het landschap.

 

Winteren is zo gek nog niet© Foto Martin Langbroek

Wat dat betreft is het ook goed om af en toe lekker lui te zijn. Dat geeft niet alleen rust, maar kan je ook op andere gedachten brengen. Maar lui zijn is lang niet voor iedereen gemakkelijk. Want hoe vreemd dat ook klinkt, luiheid vraagt discipline om goed om te gaan met en gebruik te maken van je tijd in een wereld van overvloed.

 

 

‘Winteren’ om op te laden voor een volgende periode

 

Het is goed om te ‘winteren’, ook al is het letterlijk geen winter; tot rust te komen en de tijd te nemen om op te laden voor een volgende periode. Bijvoorbeeld als je de overstap maakt naar een andere baan. Of na een ingrijpende gebeurtenis, positief of negatief.

Het leven is immers geen lineair proces. Het hoeft niet altijd beter en meer. Tegenslag en even stil staan horen erbij.

Niet voor niets zijn er bijvoorbeeld mensen die zich sterk maken voor rouwverlof. De Nederlandse wet kent geen echt wettelijk rouwverlof bij het overlijden van een partner of familie. Anders dan de vier dagen verlof (van overlijden tot en met de begrafenis of crematie) waar je als werknemer recht op hebt bij het overlijden van een familielid in de eerste graad. Denk daarbij aan het overlijden van je partner, een ouder of een van je kinderen. Alsof je na die vier dagen weer in staat zou zijn om de draad van je werk weer op te pakken.

Wil je enig zicht krijgen op verlofregelingen? Klik dan hier

 

 

Neem een sabbatical om tot rust te komen en de tijd te hebben om op te laden voor een volgende periode

 

Strikt genomen zou je bij een sabbatical denken aan een sabbatsjaar. Een heel jaar verlof dus. Maar ook een ‘mini sabbatical’ kan al heel verfrissend zijn. Zo koos een van mijn netwerkcontacten voor een mini sabbatical van drie maanden.

Het zou mooi zijn als je, net als volgens de Thora, elk zevende jaar zou kunnen gebruiken als sabbatsjaar om tot rust te komen, op te laden en je te bezinnen op hoe je verder wilt in je loopbaan. Helaas is dat vooralsnog een utopie.

Volgens de Thora is het sabbatsjaar het jaar waarin een stuk land onbebouwd moet blijven. In dat jaar krijgt het land rust. Hoe zou het voor jou zijn als jij als werknemer elk zevende jaar ook rust zou krijgen? Of bijvoorbeeld verlof om een studie te volgen, een onderzoek te doen of een boek te schrijven?

 

 

Tot slot

 

Zou jij ook wel een sabbatical willen nemen?

Bijvoorbeeld om voor jezelf helder te krijgen hoe je je leven en je werk verder vorm wilt geven?

Zie je voorlopig geen kans om zo’n sabbatical te nemen, maar wil je wel meer zicht op wat jou drijft en waar jij warm voor loopt?

Wil je handreikingen en tips om je intrinsieke motivatie op het spoor te komen, anders dan met een sabbatical? Die vind je hier.

 

Wil je weten hoe je van elke werkdag een sabbatical maakt? Lees hoe je je leven zo inricht dat je altijd sabbatical hebt.

 

Weet je bij voorbaat dat je in je eentje daar niet uit gaat komen? Je weet me te vinden.

 

 

 

 

Wat te doen als je door vroege specialisatie in een richting belandt waarin je uiteindelijk niet gelukkig wordt?

 

Wat is een goede keuze? Die vraagt doet me weer denken aan mijn tijd als docent theorie en methoden loopbaanbegeleiding bij Saxion Hogeschool Deventer.

Over het antwoord op die vraag kun je hele discussies voeren. Het is maar vanuit welk perspectief je die vraag bekijkt.

Mijn stelling is: Maak je geen zorgen over een verkeerde keuze, zorg dat je goed toegerust bent voor je loopbaan en weet wanneer je bij moet sturen.

 

Bijsturen als je niet gelukkig bent met je werk

 

Al vroeg weten welke beroepsrichting bij je past of gaandeweg erachter komen

 

Ik weet niet welke van de twee opties het best bij jou past. Ik weet wel dat ikzelf er gaandeweg achter gekomen ben waar ik écht warm voor loop en welk werk optimaal bij me past.

Denkend aan mijn vorige artikel ben ik misschien een laatbloeier. Feit is in elk geval dat ik na mijn voortgezet onderwijs geen idee had in welke richting ik me verder wilde ontwikkelen. Ik wist wel dat ik niet het onderwijs in wilde. En een negatieve keuze is ook een keuze.

Ben je nieuwsgierig hoe mijn loopbaan pad is verlopen? Je leest het hier.

 

Hoe anders is het als je al heel vroeg en heel duidelijk weet welke richting je uit wilt. Als je bijvoorbeeld weet dat je dierenarts wilt worden, of huisarts. Of dat je van jongs af aan weet dat je sportjournalist of anderszins schrijver wilt worden. Of piloot.

En hoe vervelend en moeilijk het dan is als je die kans niet krijgt. Bijvoorbeeld omdat je uitgeloot wordt voor betreffende studie. En al dan niet als overbrugging op zoek moet naar een alternatief, in de richting van wat je beoogt.

Of dat je na een kostbare studie bijvoorbeeld niet als piloot aan het werk komt en je maar tevreden moet zijn met een baan als luchtverkeersleider.

 

 

Als het beoogde werk er in de praktijk anders uitziet of je het anders ervaart dan je had gedacht

 

Bijvoorbeeld het werk als huisarts. Dat je na je studie geneeskunde en de driejarige opleiding tot huisarts erachter komt, dat de verantwoordelijkheid als huisarts jou te zwaar valt. En dat je daarom je geroepen voelt om op zoek te gaan naar een alternatief.

Of dat je als gezelschapsdierenarts veel moeite hebt met de tijdsdruk in de dierenartsenpraktijk waarin je werkt. Je voortdurend het gevoel hebt dat je productie moet maken, in plaats van dat je het dier en de klant de aandacht en de zorg kunt bieden, die jou voor ogen staan.

Of dat je tijdens je master tandheelkunde en het eigenlijke werk met patiënten, erachter komt dat voor jou het werk als tandarts te veel curatief is. Dat je liever een bijdrage levert aan preventie. En misschien ook niet onbelangrijk, dat communicatieve en sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen in je werk. Terwijl jij het met name mooi vindt om als tandarts ‘vakwerk’ te leveren.

Zo kan ik nog legio voorbeelden noemen, voorbeelden waaruit blijkt dat de specifieke beroepspraktijk er toch net iets anders uit kan zien dan je had gedacht toen je de keuze maakte voor die richting.

Dan is het de kunst om een alternatief te vinden.

 

 

Alternatieven, al dan niet aansluitend bij de richting die je uit bent gegaan

 

In mijn coachtrajecten brengen we jouw interesses en kwaliteiten in kaart en de omgeving die het beste bij jou past. We staan stil bij wat werk voor jou betekent en de bijdrage die jij wilt leveren met je werk.

Dat alles vormt de input voor het profiel van jouw ideale werk. Dat is het antwoord op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder daarbij voor mij belangrijk?

Door het werken met ‘succesverhalen’ ervaar je letterlijk in je lijf waar je warm voor loopt. En welke alternatieven bij je passen.

Zo ervaarde een hbo-verpleegkundige die vastliep in haar werk als dialyseverpleegkundige dat ze energie krijgt van het werken met jonge kinderen. Ze heeft haar PABO-diploma weer ‘afgestoft’ en ze heeft, zoals ze het zelf noemt, ‘een heel leuke, fijne, positieve werkplek gevonden’. Ze gaat fulltime aan de slag als leerkracht.

De afgestudeerde huisarts heeft een mooi alternatief gevonden als arts bij de GGD. De masterstudent tandheelkunde heeft de overstap gemaakt naar bestuur en beleid in de gezondheidszorg.

De dierenarts is zich aan het oriënteren in de richting van het doen van research, uitwerken van casuïstiek, interpreteren van resultaten en adviseren met betrekking tot gezondheid en welzijn van dieren.

 

 

Tenslotte

 

Kun je wel wat tips gebruiken voor het maken van een loopbaanswitch? Die vind je hier:
Geen spijt van je loopbaanswitch
Hoe je succesvol een loopbaanswitch kunt maken
Als je een loopbaanswitch wilt maken, gaat je cv je niet helpen
Hoe je jouw LinkedIn profiel optimaliseert voor een loopbaanswitch
Drie aandachtspunten voor een succesvolle loopbaanswitch

 

 

 

 

Waarom ondernemend zijn nog niet wil zeggen dat je geknipt bent voor het ondernemerschap

 

Een paar weken terug had ik een oriënterend gesprek met een coachklant. De plek waar ze werkt ervaart ze niet echt als inspirerend. Ze vindt de organisatie erg naar binnen gekeerd en de familiaire cultuur die er heerst past niet goed bij haar.

Graag zet ze een volgende stap in haar loopbaan met daarbij de vraag: ‘welke kant ga ik nu op?’ Wordt het een andere functie in hetzelfde werkveld of in een ander werkveld?

Andere grote organisaties in hetzelfde werkveld zijn het voor haar in elk geval niet. Wel andere, kleinere organisaties?

Innovatief en creatief zijn trekt haar aan. Ze ziet zichzelf als ondernemend en haar vraag is dan ook: ‘ben ik een ondernemer?’

En daarop aansluitend: ‘past zelfstandig ondernemerschap bij mij of is het voor mij voldoende om te ondernemen in mijn eigen loopbaan?’

 

Voor een succesvol ondernemer is ondernemend zijn niet genoeg

 

Zelfstandig ondernemerschap vraagt meer dan ondernemend zijn

 

Ondernemend zijn betekent nog niet dat je geknipt bent voor het ondernemerschap. Ook al is het wel een belangrijke competentie.

Als andere competenties die je nodig hebt om succesvol te zijn als ondernemer worden door ondernemers genoemd: doorzettingsvermogen, creativiteit, passie voor je product of je dienst, risico’s durven nemen, flexibiliteit, commercieel inzicht en betrouwbaarheid.

De Kamer van Koophandel noemt enthousiasme, flexibiliteit en doorzettingsvermogen als belangrijke persoonseigenschappen voor een ondernemer.

Naast die persoonseigenschappen moet je volgens de KvK ook over vaardigheden beschikken zoals bijvoorbeeld commercieel inzicht, marketing, netwerken en kennis van boekhouden. Die vaardigheden kun je leren.

 

 

Als ondernemer krijg je naast je eigen vak, er een vak bij

 

Het is goed om je te realiseren dat je als ondernemer naast je eigen vak er een vak bij krijgt; ondernemen en alles wat daarbij komt kijken.

En als je het net als ik, leuk vindt om je te ontwikkelen en te leren, dan gaat er een hele nieuwe wereld voor je open. Ik heb dan ook heel wat trainingen en cursussen gevolgd op het terrein van bijvoorbeeld marketing, financieel succesvol ondernemen, schrijven, SEO, systematiseren van bedrijfsprocessen.

Er komt naar mijn ervaring dus heel wat kijken bij zelfstandig ondernemerschap en ik heb de indruk dat het door menigeen wordt onderschat.

Overweeg je om een overstap te maken van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap? Wil je inzicht in jouw ondernemersvaardigheden? Doe de test van de KvK.

 

 

Groei van aantal zelfstandig ondernemers

 

Zelfstandig ondernemerschap is erg in trek.

Volgens de cijfers van de Kamer van Koophandel groeide in 2022 opnieuw het aantal bedrijven in Nederland. Van bijna 2,2 miljoen begin 2022 naar ruim 2,3 miljoen bedrijven op 31 december. Al met al een groei van 5,7%. Het overgrote deel van die groei komt op conto van zzp’ers.

Op 1 januari van dit jaar was 17 procent van de werkzame beroepsbevolking een zelfstandig ondernemer zonder personeel. Een decennium geleden was dat nog 10 procent. De werkzame bevolking nam in de afgelopen tien jaar met 14 procent toe. Het aantal zzp’ers ging in die periode met 84 procent omhoog naar meer dan 1,6 miljoen. Inmiddels is 70 procent van alle ondernemingen te typeren als zzp’er, aldus de KvK.

 

 

Pros en cons van zelfstandig ondernemerschap

 

Afhankelijk van wat werk voor jou betekent en wat je terug wilt zien in je werk zul je aspecten van zelfstandig ondernemen zien als iets positiefs, dan wel iets negatiefs.

In zijn algemeenheid worden als positieve aspecten van zelfstandig ondernemerschap genoemd: eigen baas zijn, je eigen tijd indelen, werken wanneer en waar je wilt, meer verdienen, persoonlijke ontwikkeling, afwisseling en creatief werken. En ondernemen prikkelt je creativiteit en je probleemoplossend vermogen.

Een aantal van die aspecten hebben te maken met vrijheid. Kennelijk is vrijheid voor veel zelfstandig ondernemers cruciaal. Bijvoorbeeld voor Minou Üçerler. Haar uiteindelijke doel is stoppen op haar 35ste en gaan genieten.

Alsof je niet kunt genieten van je werk, denk ik dan.

Vrijheid is een voorbeeld van een waarde die voor de ene zelfstandig ondernemer ervaren wordt als een pré. Voor een ander kan het juist een van de redenen zijn om te stoppen met het zelfstandig ondernemerschap. Bijvoorbeeld voor een van mijn coachklanten. Als zelfstandig ondernemer mist hij structuur en ook collega’s en daardoor drive en energie.

Vrijheid betekent ook steeds zelf nieuwe opdrachten binnenhalen. De een gaat dat gemakkelijk af en voor zo iemand is het een leuk aspect van zelfstandig ondernemerschap, voor een ander is het een hell of a job. En kan het zelfs een reden zijn om na wikken en wegen te stoppen als zelfstandig ondernemer.

 

 

Positieve kanten van zelfstandig ondernemerschap worden vaak overschat en negatieve kanten onderschat

 

In de eerste zes maanden van 2022 zijn er 76.000 bedrijven opgeheven, het hoogste aantal sinds 2007 – het jaar dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) begon met meten. Vooral zzp’ers stopten ermee. Ongeveer vier van de vijf gestopte bedrijven waren van een zelfstanding ondernemer.

Sanne Wolters, freelancejournalist voor het AD en Nu.nl schreef een artikel over stoppen met zelfstandig ondernemen en interviewde mij als loopbaancoach.

Want wat als je een eigen bedrijf hebt, maar het ondernemen na een paar jaar toch tegen begint te vallen?

Lees het artikel van Sanne Wolters en laat je inspireren.

 

 

 

Ik ben heel benieuwd naar jouw ervaringen als zelfstandig ondernemer.

Wat heeft jou voor zelfstandig ondernemerschap doen kiezen?

En als je gestopt bent als zelfstandig ondernemer en weer in loondienst bent gegaan, wat heeft jou doen stoppen?

Zou je dat willen delen?

Door jouw afwegingen te delen kun je anderen inspireren, dan wel ondersteunen om te komen tot een besluit.

 

 

 

 

Hoe je door goed onderhandelen een betere balans creëert tussen je werk en je privéleven

 

In mijn vorige artikel heb je kunnen lezen hoe je door het maken van keuzes voorkomt dat je achteloos meegaat in de stroom van drukte.

Ook gaf ik je in dat artikel een aantal tips om jouw drukte de baas te zijn.

Een van die tips betreft het bewaken van je grenzen. Je kunt niet ongestraft meer verplichtingen op je nemen. Er is een punt waarop je ten behoeve van jezelf, je gezin, je werk zult moeten onderhandelen over je grenzen.

Dat onderhandelen gaat lang niet iedereen gemakkelijk af.

In mijn artikel help ik je op weg, zodat je je door goed onderhandelen een weg kunt banen uit de drukte en komt tot een betere werk-privé-balans.

 

 

Drie manieren van omgaan met drukte die je te groot wordt

 

Drukte hoef je niet over je heen te laten komen. Je hebt wel degelijk een keuze hoe met drukte om te gaan.

Een manier van omgaan met drukte is drukte accepteren als deel van leven. Zeker als drukte de sociale norm is in de kringen waarin jij verkeert. Bovendien is het vaak veel makkelijker om je mee te laten nemen in de stroom van drukte en te zien hoe dat uitpakt, dan om eruit te stappen.

Een andere manier van ermee omgaan is je er resoluut aan onttrekken. Door bijvoorbeeld je ontslag in te dienen en werk te maken van ander werk, als de drukte op je werk te groot wordt. Onder het motto “Ze bekijken het maar”.

Beide manieren zijn niet echt optimaal. Je lost het probleem op dat moment misschien wel op, maar er is alle kans dat je er een vervelend onvoldaan gevoel aan over houdt.

Beter is het aangaan van het gesprek en zaken bespreekbaar maken. En kijken of je in goed overleg, door goed onderhandelen, kunt komen tot een oplossing die beide partijen past.

 

 

Niet alleen in je werk, maar ook in je privéleven heb je de keus om te onderhandelen

 

En zo jouw weg te banen uit de drukte.

Werk-privé-balans heeft te maken met balans in je werk, balans in je privéleven en balans tussen je werk en je privéleven.

 

Met de mensen die jou lief zijn is het over het algemeen gemakkelijker onderhandelen, dan met een leidinggevende.

In werksituaties is het sowieso vaak moeilijk om nee te zeggen en al helemaal tegen een hoger geplaatst iemand.

In de privésituatie is dat anders. Je hebt een veilige, respectvolle, gelijkwaardige relatie en dat maakt het gemakkelijker om in gesprek te onderhandelen en afspraken te maken over een juiste verdeling van tijd en energie. En over wie wat doet en welke taken je eventueel uitbesteedt.

Bijvoorbeeld aan een huishoudelijke hulp, zodat je je op die manier een weg kunt banen uit de drukte.

 

Ook al vind je onderhandelen in de werksituatie moeilijker dan in je privéleven, er komt een punt waarop je dat wel zult moeten doen.

Als je tenminste je eigen grenzen wilt bepalen en niet maar domweg wilt blijven doen wat je gezegd wordt.

 

 

Principieel onderhandelen versus positioneel onderhandelen

 

De beste manier van onderhandelen is een manier waarbij beide partijen baat hebben. Waarbij er geen winnaar en verliezer is, maar er een win-win situatie wordt gecreëerd.

Fisher en Ury hebben deze manier van onderhandelen beschreven in hun boek, in het Nederlands verschenen onder de titel Excellent onderhandelen.

De door hen gepropageerde methode van principieel onderhandelen is gestoeld op het blootleggen van de belangen die aan de wederzijdse posities ten grondslag liggen. En op het zoeken naar oplossingen die het wederzijds belang dienen.

Maak je wederzijdse belangen als uitgangspunt van een onderhandeling, dan staan er ineens veel meer wegen open om samen oplossingen te bedenken.  Oplossingen waarbij niemand zich de verliezer voelt. En zonder dat beiden iets van hun belang hebben hoeven inleveren.

Als de onderliggende belangen helder zijn, dan ligt de weg open voor een win-win-oplossing.

 

 

Hoe je op een positieve, productieve manier onderhandelt over nieuwe grenzen, uit de drukte

 

Bij een positieve, productieve manier van onderhandelen over nieuwe grenzen ga je als volgt te werk:

  • Ga voor jezelf goed na wat precies je onderliggende belangen zijn en waarin deze verschillen van de positie die je in een onderhandeling over hetzelfde onderwerp zou innemen.
  • Begin met een omschrijving van je belangen. Vergeet daarbij niet het woord omdat te gebruiken. Ik kom daarop terug bij mijn voorbeeld.
  • Stel je open voor de belangen van de ander.
  • Ga op zoek naar verenigbare belangen voor je op zoek gaat naar oplossingen.
  • Neem deze verenigbare belangen als uitgangspunt voor het zoeken naar creatieve oplossingen die tegemoetkomen aan de belangen van beide partijen.

Het woord omdat en wat erop volgt is cruciaal in deze, omdat het inzicht geeft in jouw waarom.

Zo was een van mijn coachklanten met een potentiële werkgever in onderhandeling over een mooie baan. Vier dagen wilde hij werken, omdat hij vader wordt van zijn eerste kindje. En in overleg met zijn werkende partner een deel van de week de zorg op zich wil nemen.

Zijn waarom was doorslaggevend.

Ook al was er tot nu toe niemand bij het nieuwe bedrijf die vier dagen werkte, hij kreeg zijn akkoord. Wellicht ook omdat de potentiële werkgever een zeer aantrekkelijke kandidaat niet wilde laten lopen.

 

 

Tips die je helpen om je grenzen te bewaken en ‘nee’ te zeggen als dat voor jou nodig is

 

Nee zeggen is over het algemeen niet gemakkelijk.

Zeker als jouw Ik (k)en mijn ikken sterk aanwezig is. En als je eerder geneigd bent om moeilijke situaties te vermijden dan uitdagingen aan te gaan.

Geïnspireerd door Tony Crabbe geef ik je een aantal tips die je helpen om je grenzen te bewaken en nee te zeggen, als dat nodig is.

 

1. Leer nee te zeggen

Oefen ermee. Zeg komende week nee tegen minstens één verzoek waar je normaal gesproken ja tegen zou zeggen.

 

2. Ga de uitdaging aan, ga voor een oprecht nee

Verzin geen smoesjes om ergens onderuit te komen. Een smoes kan je mogelijk uit een lastige situatie redden, maar je loopt het risico dat je je met een smoes in de vingers snijdt.

 

3. Vergeet niet jouw omdat

Met omdat geef je niet alleen aan waar jouw prioriteiten en jouw grenzen liggen. Je concentreert je ook op de positieve reden waarom je nee zegt.

Begin met het uiteenzetten van je grote ja, zeg dan helder en beslist nee, waarop je met een voorstel komt.

 

4. Gun jezelf de tijd om na te denken over een antwoord

Onder druk ben je gauw geneigd om te kiezen voor de veilige optie. Dat is instemmen.

Soms heb je meer tijd nodig om goed af te kunnen wegen of nieuwe verplichtingen te combineren zijn met bestaande. Of weet je al dat je nee wilt zeggen, maar heb je meer tijd nodig om na te denken over hoe je dat wilt formuleren.

Gun jezelf die tijd en geef aan “Daar wil ik even over nadenken”. Of “Kan ik je daar over vijf minuten een antwoord op geven?”

 

5. Leg uit wat er zou gebeuren als je ja zou zeggen

Tony Crabbe noemt dat een restrictief nee.

Je zegt dan nee omdat het inwilligen van dit nieuwe verzoek niet haalbaar is of een te zware belasting zou vormen voor de verplichtingen die je al aan bent gegaan.

Je legt uit wat er zou gebeuren als je ja zou zeggen. Met je nee op het onhaalbare verzoek creëer je ruimte voor iets dat wel haalbaar is.

 

 

Tot slot

 

Overtuigd en overtuigend nee zeggen en onderhandelen om jouw drukte de baas te blijven heeft alles te maken met heel helder hebben wat voor jou belangrijk is, jouw persoonlijke missie.

Niet alleen met betrekking tot werk, maar ook met betrekking tot wat naast werk voor jou belangrijk is.

 

 

Heb je dat nog onvoldoende scherp om daar overtuigd en overtuigend over te communiceren?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust om een afspraak te maken voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Hoe je door het maken van keuzes de verleiding weerstaat van het volgen van de weg van de minste weerstand

 

“Zoals Boeddha tweeënhalfduizend jaar geleden al zei…we zijn allemaal compleet gestoord”. (Albert Ellis, 1913-2007, psychotherapeut)

We laten ons als vanzelf meenemen in de drukte die op ons afkomt. Drukte, die we deels ook zelf creëren. Ook al zijn we ons daarvan vaak niet bewust.

Als druk mens zit je al gauw in een vicieuze cirkel. Vergelijk het met een muis die steeds maar rondjes loopt in zijn muizenrad.

Waar druk zijn lang geassocieerd werd met succesvol zijn, belangrijk zijn, heb ik de indruk dat druk zijn steeds meer gezien wordt als iets waar je niet trots op hoeft te zijn. Integendeel.

Zo wil bijvoorbeeld Tony Crabbe dat we druk zijn niet zien als iets om over op te scheppen. Druk zijn is volgens hem eerder iets wat je met enige schaamte zou moeten bekennen.

Mensen die druk zijn volgen volgens hem de weg van de minste weerstand. Zij maken geen keuzes, maar laten zich gedachteloos meevoeren met de stroom.

 

Geïnspireerd door zijn boek Nooit meer te druk, laat ik je zien hoe je door het maken van keuzes vermijdt dat je achteloos in de drukte meegaat. En geef ik je een aantal tips om jouw drukte de baas te zijn.

 

Hoe je vermijdt dat je achteloos meegaat in de alledaagse drukte

 

Psychologisch kun je drukte zien als de weg van de minste weerstand

 

Volgens Tony Crabbe is drukte het gevolg van niet kiezen en niet weten wanneer je genoeg hebt gehad. 

Je realiseert het je vast niet altijd, maar in veel opzichten leven we in een tijd van overvloed. We hebben een overvloed aan bijvoorbeeld producten, relaties, e-mails, tweets, maar ook een overvloed aan tijd. Ook al voelt dat laatste misschien niet zo.

Bovendien kun je nagenoeg alles altijd doen. Je kunt bijvoorbeeld dag en nacht reizen, shoppen, je entertainen en door de Social Media kun je het hele etmaal contact hebben met de hele wereld.

En door die overvloed wil je ook eerder alles doen.

 

Menigeen loopt het gevaar aan overconsumptie te bezwijken.

Letterlijk denk ik dan aan het grote probleem van overgewicht.

Maar in bredere zin loop je het risico te bezwijken als je toegeeft aan alles wat er op je af komt. Het is onmogelijk om daar gehoor aan te geven. Je moet echt keuzes maken. Hoe moeilijk dat soms ook is.

Doe je dat niet, dan stapelt een en ander zich op en loop je groot risico dat je bezwijkt.

 

 

Geen enkele keus is zonder gevolgen

 

Elke keuze voor het een betekent een keuze tegen iets anders. Want als je het een kiest, dan kies je iets anders niet.

Wat dat betreft kan een gemaakte keuze een zekere spanning oproepen, min of meer pijn doen.

 

Het mooie is dat die kiespijn over het algemeen snel verzacht wordt en zelfs verdwijnt.

De spanning die door de gemaakte keuze ontstaan is, leidt in eerste instantie tot een zekere disbalans. In de sociale psychologie spreekt men dan van cognitieve dissonantie.

Die cognitieve dissonantie ervaar je als onprettig en dat onprettige gevoel wil je kwijt. Onbewust komt er dan een psychologisch mechanisme op gang, waardoor je jouw mening of attitude onbewust herziet.

Zo kan dan bijvoorbeeld wat je niet gekozen hebt in een ander daglicht komen te staan. En duidelijk als een minder aantrekkelijk alternatief worden weggezet. Je keuze voelt dan als uitgebalanceerd, consonant. En zo breng je jezelf na een keuze weer in balans.

 

 

Drukte als passieve keuze

 

Drukte is lang niet altijd een actieve keuze.

Realiseer je dat drukte vaak een passieve keuze is. Dat je bijvoorbeeld gedachteloos reageert op bliepjes over nieuwe e-mail, appjes of anderszins prikkels die bij je binnenkomen.

Of dat je keuzes maakt op basis van wat jij ervaart als algemeen aanvaarde afspraken. Bijvoorbeeld het als vanzelfsprekend aanwezig zijn op verjaardagsfeestjes. Terwijl je als je bewust stil zou staan bij de keuze, mogelijk de voorkeur zou geven aan een andere activiteit.

Of dat je je laat beïnvloeden door je sociale omgeving. Bijvoorbeeld dat je net als medepassagiers in de trein je smartphone pakt en je e-mail gaat checken, of je Twitter, Facebook of LinkedIn.

 

Zeker als de mensen waarmee jij je graag identificeert druk zijn, kan drukte een aanpassing zijn aan de sociale norm.

Vraag je af in hoeverre het gedrag dat je om je heen ziet je beïnvloedt en hoe je zelf met drukte omgaat.

 

 

Wil je minder druk zijn, ben dan huiverig voor wel of niet- beslissingen

 

Druk-zijn is de makkelijke keuze tussen wel of niet iets doen, waardoor je uiteindelijk teveel op je bord hebt liggen.

Volgens Tony Crabbe zou je vaker een welke-keuze moeten maken.

Wel of niet-keuzes zijn in zijn ogen ondoelmatige keuzes, omdat je daarbij het grotere plaatje buiten beschouwing laat. Dat geldt vooral ook bij drukte.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat je bij wel of niet-keuzes vaker kiest voor ja, dan eigenlijk zou moeten, gezien de ruimte in je agenda (de ruimte op je bord).

Bovendien blijkt dat hoe drukker je het hebt, hoe meer je geneigd bent je keuzes te beperken tot wel of niet-keuzes. In plaats van dat je de gevolgen van deze keuzes overdenkt.

 

Het kenmerkende van een welke-keuze is dat je alle alternatieven in overweging neemt en vervolgens kiest welke van alle keuzes die je hebt, de meeste prioriteit heeft.

Zo stond een van mijn coachklanten laatst voor de keuze wel of niet als neventaak studenten begeleiden bij hun afstuderen. In eerste instantie was ze geneigd positief op het aanbod te reageren. In tweede instantie, het aanbod bekijkend vanuit het grotere geheel, werd het een nee.

Voor de inkomsten hoefde ze het niet te doen, want die waren niet dekkend voor de uren die zij gezien haar kwaliteitsnorm aan de begeleiding zou besteden. Als het dan deels hobby zou zijn, dan besteedde ze haar vrije tijd liever aan haar hobby schilderen.

 

Laat je niet misleiden door de meer in het oog springende voordelen van de keus iets wel te doen.

Vraag je af wat je opoffert door de wel-keuze. En waaraan je de tijd en de aandacht zou kunnen besteden als je ervoor kiest om het niet te doen.

Realiseer je dat niets willen missen mogelijk een van de redenen is waarom je zoveel op je bordje laadt.

 

 

Tot slot: Een aantal tips om jouw drukte de baas te zijn

 

Geïnspireerd door Tony Crabbe geef ik je een drietal tips om jouw drukte de baas te zijn.

 

1. Sluit wat deuren

Welke activiteiten ga je schrappen? Zodat je meer gerichte aandacht hebt voor de dingen die je doet en je minder opgejaagd voelt?

 

2. Herken jouw stempel van drukte

Wanneer heb jij het punt bereikt dat het genoeg is geweest? Hoe merk je dat?

Realiseer je dat hoe verder je voorbij dat punt gaat, hoe meer je vermogen om nieuwe zaken aan te pakken afneemt.

 

3. Bewaak je grenzen

Zorg dat je voor jezelf heel helder hebt wat met name belangrijk voor je is. Niet alleen met betrekking tot werk, maar ook met betrekking tot alle andere levensterreinen die belangrijk voor je zijn.

Maak dat specifiek en wees daarin duidelijk. Ook naar anderen toe.

Baken je grenzen af. Bepaal wat je op wilt geven ten gunste van de dingen die het allerbelangrijkste voor je zijn en handel daarnaar.

 

 

 

Vind je het moeilijk om jouw grenzen te bewaken?

Ook omdat je jouw persoonlijke missie niet helder hebt?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Waarom het belangrijk is om je persoonlijke waarden helder te hebben

 

Veel keuzes maak je primair op je gevoel. In tweede instantie kies je redenen om je keuze te rechtvaardigen.

Daarbij is het cruciaal om je persoonlijke waarden helder te hebben. Waarden kun je zien als het fundament van je keuzes; een keuze geënt op waarden maakt je keuze stabieler.

Heb je een aantal keuzealternatieven, dan is het zaak om na te gaan wat de verschillende alternatieven voor jou betekenen. Jouw persoonlijke waarden functioneren daarbij als toetssteen. Met betrekking tot werk bijvoorbeeld: ‘In hoeverre wordt voldaan aan mijn behoefte aan vrijheid of flexibiliteit?’ Of: ‘In hoeverre wordt tegemoetgekomen aan mijn behoefte aan verbinding of juist individualisme?’

Als je je waarden niet helder hebt en niet in contact leeft met je waarden, dan kun je niet de juiste keuze maken. Je bent niet in staat om je grenzen aan te geven en niet in staat om prioriteiten te stellen.

 

Persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer

 

In hoeverre maak je keuzes en neem je beslissingen of overkomen beslissingen je?

 

Marinus Knoope zegt daarover in zijn boek ‘De creatiespiraal’: ‘De mens heeft het bijzondere vermogen zich van zichzelf bewust te kunnen zijn, maar dat is niet hetzelfde als het vermogen om zichzelf te kunnen besturen. Die twee, zichzelf bewust zijn en zichzelf besturen, worden door ons voortdurend door elkaar gehaald.’

In het kader van de vraag ‘nemen we beslissingen of overkomen onze beslissingen ons?’ besloot Marinus Knoope een experiment te doen.

‘Als ik er nu eens vanuit ga dat ik zelf niets hoef te beslissen, dat alles vanzelf gebeurt zoals het gebeurt. Als ik nu eens ophoud met het nemen van beslissingen. Wat gebeurt er dan?’

Hij ging ’s ochtends voor zijn kledingkast staan en dacht niet: ‘Wat zal ik vandaag eens aantrekken?’ maar dacht: ‘Ik ben benieuwd wat ik vandaag aantrek.’

Hij ging bij mensen op bezoek en dacht niet ‘Hoe laat moet ik weer opstappen?’ Nee, hij was gewoon nieuwsgierig hoe laat hij weer zou gaan en óf hij weer zou gaan.

Het eigenaardige was, dat hij gewoon iedere ochtend iets aantrok. En op een redelijk tijdstip wegging bij mensen bij wie hij op bezoek was.

Zijn conclusie van het experiment was dat veel beslissingen gebeuren, ook als je ze niet willens en wetens zelf probeert te nemen.

Dat is misschien maar goed ook. Want heb je enig idee hoeveel keuzes je maakt op een dag?

Ik las, gemiddeld zo’n 30.000. Daarbij moet je dan denken aan de hoeveelheid gedachten die je ongeveer dagelijks hebt. En zo’n gedachte kun je aannemen of niet. In principe zou je over elke gedachte een keuze kunnen maken, maar gelukkig is dat in de praktijk niet het geval.

 

 

Veel keuzes maak je primair op je gevoel

 

Veel keuzes zijn snelle intuïtieve keuzes. Daarbij laat je je keuzes afhangen van twee basale gevoelens die je als mens hebt: het verkrijgen van geluk en het vermijden van pijn.

Bij geluk moet je denken aan alles waar je energie van krijgt. Dat kunnen materiële zaken zijn, maar ook immateriële, zoals voldoening ervaren, genieten, blij zijn, je vitaal voelen.

Bij pijn moet je niet alleen denken aan lichamelijke pijn, maar ook psychische, emotionele pijn. Zoals stress, verdriet, angst, onzekerheid, teleurstelling. Allemaal gevoelens of manieren van zijn die je energie kosten.

 

Elke belangrijke keuze houdt een mate van onzekerheid in.

Daniël Kahneman beschrijft in zijn boek ONS FEILBARE DENKEN een aantal experimenten op basis waarvan hij laat zien dat de meeste mensen een afkeer hebben van risico’s en het liefst op safe spelen.

Waar zou jij bijvoorbeeld voor kiezen? Voor A of voor B?
A: Gooi een munt op. Als het kop is, win je € 100,- en als het munt is, dan win je niets.
B: Je krijgt met zekerheid € 46,-.
Speel je op safe en ga je voor de € 46,-? Of waag je de gok en ga je voor de kans om € 100,- te krijgen?
De intuïtieve keuze, de keuze die direct aanlokkelijk lijkt, is keuze B. Dat is de safe keuze.

 

Wist je dat Nederlanders wereldkampioen verzekeren zijn? Kennelijk heeft het merendeel van de Nederlanders een afkeer van gokken en is bereid om voor het vermijden van onzekerheid een prijs te betalen.

Bij verzekeren is prijs letterlijk een geldwaarde, maar bij prijs kun je ook denken aan psychologische waarden. Denkend aan werk bijvoorbeeld aan gebrek aan: werkplezier, ontwikkeling, collegialiteit, voldoening.

 

 

Pas in tweede instantie zoekt je rationele brein een verklaring voor je keuze

 

In eerste instantie maak je keuzes intuïtief, op je gevoel. In tweede instantie zoek je redenen om je keuze te rechtvaardigen.

In eerste instantie staar je je vaak blind op de vorm van dat wat je wilt hebben, doen of zijn. Met betrekking tot werk bijvoorbeeld de functietitel, de carrièremogelijkheden, het mooie merk waarvoor je aan het werk wilt, de mooie locatie, de aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden.

Terwijl het gaat om de waarden die er voor jou achter zitten. Zo kies je die nieuwe baan bijvoorbeeld niet vanwege het extra geld dat je daarmee verdient, maar dat wat het hogere salaris je geeft. Bijvoorbeeld waardering, erkenning, meer keuzemogelijkheden, meer status misschien?

En wat maakt ‘senior’ in de functietitel belangrijk voor jou? Of waarom wil je werken voor een A-merk? Hoe belangrijk zijn voor jou de arbeidsvoorwaarden? Wat maakt dat merendeels thuiswerken waardevol is voor jou?

Het zal je misschien al duidelijk zijn, wil je een voor jou goede keuze maken dan moet je helder hebben waar jij voor staat en waar jij voor gaat; jouw persoonlijke waarden.

 

 

Persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer

 

Als je geen contact maakt of krachtiger nog, niet in contact leeft met je persoonlijke waarden, kun je niet een juiste keuze maken. Want waar je meet je aan af of een alternatief een goede keuze is of niet?

In mijn trajecten werken we om te komen tot een besluit onder andere met een besluitvormingsmatrix, waarin de diverse alternatieven getoetst worden naar de mate waarin een alternatief voldoet aan de persoonlijke criteria.

De criteria komen terug in en zijn een afgeleide van het profiel van je ideale werk; het antwoord op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder daarbij voor mij belangrijk?’.
Zo werken persoonlijke waarden als startpunt, toetssteen en richtingwijzer.

 

 

Tenslotte

 

Heb je jouw persoonlijke waarden nog niet zo scherp?

Of word je geleefd door je dagelijkse beslommeringen, thuis en in je werk? En slaag je er niet in om je leven in te richten overeenkomstig je persoonlijke waarden?

Lees mijn aanbod over de driedaagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’.

 

Tot en met donderdag 6 oktober profiteer je van de bonus voor de vroegboekers:

Een uur individuele begeleiding bij het opstellen/bijstellen van je cv (ter waarde van € 195,-). Zodat je eruit springt met je cv en je kans op werk verdubbelt.

En hoor je nog bij de eerste drie aanmeldingen?

Naast een uur individuele begeleiding bij het opstellen/bijstellen van je cv, een uur feedback op je profiel op LinkedIn en tips hoe LinkedIn in te zetten als instrument voor de baanverwerving (ter waarde van € 195,-).

 

Wil je eerst je vragen aan me voorleggen?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust.

 

 

 

 

 

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Het kostwinnersmodel is volgens Wikipedia: ‘Een maatschappelijk fenomeen waarin gezinnen waarvan de mannelijke echtgenoot buitenshuis (als kostwinner) werkt en de vrouw voor het huishouden en de kinderen zorgt, als ideaal worden gezien’.

De invloed van dat kostwinnersmodel is nog steeds merkbaar in de vorm van diep conservatisme in onze Nederlandse samenleving.

Op de een of andere manier is het kostwinnersmodel een traditionele waarde waar we aan vast willen houden. In strikte zin, of in afgeleide vorm waarin de man de kostwinner is en de vrouw naast huishouden en zorg voor de kinderen nog een parttimebaan heeft.

Gelukkig zijn er steeds meer mannen die hun verantwoordelijkheid nemen. En hun bijdrage leveren in het huishouden en de opvoeding van de kinderen. En niet alleen de verantwoordelijkheid nemen, maar genieten van hun bijdrage en daar voldoening en energie aan ontlenen.

 

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Arbeidsparticipatie bevordert economische zelfstandigheid van vrouwen

 

Nederland bungelt onderaan als het gaat om de arbeidsmarktpositie van vrouwen in de westerse samenleving.

In Nederland werkte in 2020 70% van de vrouwen parttime en 20% van de mannen. Vier op de tien vrouwen is niet economisch zelfstandig.

Ben je de veertig gepasseerd, dan herinner je je misschien nog de slogan ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Het was de slogan van een postbus 51-campagne van de Rijksoverheid die liep van 1989 tot en met 1992.

Het doel van deze voorlichtingscampagne was het stimuleren van emancipatie en arbeidsparticipatie onder meisjes en jonge vrouwen. En ze ervan bewust te maken dat zij in de toekomst niet meer zouden kunnen rekenen op de financiële situatie van het kostwinnersmodel.

Wat betreft het volgen van opleidingen heeft de slogan goed gewerkt. Beneden de leeftijd van 35 zijn vrouwen inmiddels hoger opgeleid dan mannen. En meisjes leveren betere prestaties in het onderwijs. Maar, ik zou zeggen ‘helaas’, gaat twee derde van de vrouwen die hoger onderwijs hebben gevolgd parttime werken.

Of misschien helemaal niet buitenshuis werken.

 

Naar analogie van genoemde slogan zou je nu kunnen propageren: ‘Een slimme meid is op een scheiding voorbereid’.
Volgens het CBS eindigden in 2021 25.962 huwelijken in een echtscheiding. Daarnaast zijn er geregistreerde partnerschappen die in een scheiding eindigen. Dit aantal neemt toe, omdat het aantal stellen dat een geregistreerd partnerschap sluit ook is gestegen. In 2021 gingen 2.686 stellen met een geregistreerd partnerschap uit elkaar.

Stel je als vrouw dus niet economisch afhankelijk op van je partner. Zorg dat je je eigen inkomsten kunt genereren.

 

 

Arbeidsparticipatie betekent meer dan eigen inkomsten genereren

 

In mijn coachtrajecten zijn de topics ‘wat betekent werk voor jou?’ en ‘welke bijdrage wil je leveren met je werk’ altijd belangrijke gespreksonderwerpen.

Gezien het onderwerp van dit artikel focus ik op ‘wat betekent werk voor jou?’.

In mijn boek Wat wil ik nu echt? beschrijf ik wat werk voor mij betekent:

Door mijn werk lever ik een bijdrage aan ons gezinsinkomen en voel ik me financieel onafhankelijk. Mijn werk houdt me scherp en door mijn werk ervaar ik dat ik midden in de maatschappij sta. Mijn werk biedt me kansen om me verder te ontwikkelen en mijn talenten te ontplooien. Door mijn werk kan ik mijn persoonlijke boodschap uitdragen en een maatschappelijke bijdrage leveren.’

 

In mijn coachtrajecten is de vraag ‘wat betekent werk voor jou?’ soms een heel confronterende vraag, die vooral bij doorvragen een coachklant bewust doet worden van wat werk voor haar betekent.

Zeker als iemand denkt ook gelukkig te kunnen zijn met alleen het zorgen voor de kinderen. En bijvoorbeeld als antwoord op mijn vraag formuleert:

Door wat ik doe in mijn werk ervaar ik aansluiting bij mensen, hetzij collega’s of bijvoorbeeld vriendinnen, door mijn werk ben ik een voorbeeld voor mijn kinderen, ik word intellectueel geprikkeld en verdien een extra ‘zakcentje’ bij’.

Als dat het antwoord is op mijn vraag, dan is dat aanleiding tot kritische heroverweging van de betekenis van werk. In mijn voorbeeld is het voor betreffende coachklant de vraag wat maakt dat ze zo gefocust is op zorgen voor haar kinderen.

 

 

Goed kunnen delegeren is bevorderlijk voor arbeidsparticipatie van vrouwen

 

Er is geen bewijs dat vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen dan mannen. In een van mijn vorige artikelen ‘Moederinstinct bestaat niet’ heb je dat kunnen lezen.

Dus, wat let je om als vrouw jouw rol en plaats te pakken op de arbeidsmarkt. Durf huishoudelijke taken en indien van toepassing zorg voor de kinderen, te delegeren.

Een van de geïnterviewden in de documentaire van Liesbeth Staats ‘Waarom werken vrouwen niet?’ zegt daarover:

Ga in godsnaam wat doen met je studie. Ik heb dat zelf niet gedaan. Ik had een relatie en een enorm grote kinderwens. Mijn partner vindt het mooi om een groot gezin te hebben, maar heeft vooral zijn eigen droom. Onze relatie is ongelijkwaardig. Ik heb geen eigen inkomen, geen buffer.

 

En een andere geïnterviewde, een Française adviseert:

Omarm wat meer de Parisienne in jezelf. Wees de meest complete versie van de vrouw. Weiger om te kiezen. Zeg tegen jezelf: én ik wil moeder zijn, én ik wil werken én ik wil een rijk sociaal leven hebben. Het is niet ‘of-of’, maar ‘en-en’. Goed kunnen delegeren is belangrijk. Dat is échte participatie.

Ik begrijp uit de documentaire dat fulltime werken voor mannen en vrouwen in Frankrijk heel gewoon is, in alle lagen van de bevolking. En dat kinderen gewend zijn aan de kinderopvang en de BSO, die beide gesubsidieerd zijn. Bovendien hebben ouders ook vaak een au-pair.

 

Goed kunnen delegeren, misschien is dat voor menige Nederlandse vrouw een opgave. En dan met name het hebben van vertrouwen dat iemand anders net zo goed voor je kinderen kan zorgen en het huishouden kan doen, als jij.

Zeker als die ander jouw partner is en de vader van jullie kinderen.

 

 

Tips om als vrouw je arbeidsparticipatie te vergroten

 

Ook al zijn de tips toegespitst op vrouwen, die hun arbeidsparticipatie willen vergroten. Ook als man kun je er je voordeel mee doen. En bijvoorbeeld als inspiratiebron en rolmodel fungeren.

 

1. Ga in gesprek met andere vrouwen en laat je inspireren.

Naast eigen sociale contacten, sluit je aan bij een vrouwennetwerk. Voor een overzicht van alle vrouwennetwerken, met specifieke info en contactinformatie, klik hier.

 

2. Geef als vrouw het goede voorbeeld.

Alle kans dat je een leukere vrouw bent, als je ook je ambities realiseert. En als jij je ambities realiseert, dan ben je ook een rolmodel en inspiratiebron voor andere vrouwen.
Echte rolmodellen zijn belangrijk voor ambities en inspiratie. Moeders blijken het grootste rolmodel. Moeder, een krachtige vrouw, die dromen heeft en gaat voor haar dromen.

 

3. Ga fulltime werken en delegeer huishoudelijke taken en voor zover nodig, zorg voor de kinderen.

Als vrouwen fulltime zouden werken, dan zouden ze eerder aan de top staan. En als meer vrouwen aan de top zouden staan, zouden meer vrouwen fulltime werken.

 

4. Durf te bravouren, lef te tonen.

Dat zegt Elske Doets, o.a. founder Young Lady Business Academy.
Vrouwen moeten de imperfectie omarmen.

 

5. Stel jezelf de goede vragen.

Wat is belangrijk voor me? Wat betekent werk voor me en hoe verhoudt werk zich tot wat naast werk belangrijk voor me is??
Hoe mijn leven zo in te richten dat ik mijn dromen/ wensen kan realiseren?

 

6. Heb een goed beeld van jouw waarde op de arbeidsmarkt.

En kan daarover overtuigend communiceren, zodat je naar waarde financieel beloond wordt voor jouw bijdrage op de arbeidsmarkt.

 

7. Weet wat je wilt.

Als jij niet weet wat je wilt, dan wordt je leven door anderen bepaald.
En als jij niet staat voor wat je wilt en met alle winden meewaait, dan moet je je niet verbazen als je flexibiliteit flink op de proef wordt gesteld.

 

 

Tot slot

 

Weet je niet wat je nu echt wilt?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

En kun je wel wat hulp gebruiken om te komen tot antwoorden op jouw loopbaanvragen?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail ([email protected]) me gerust.

 

 

 

 

De invloed van verwachtingspatronen op de rolverdeling mannen en vrouwen

 

Als vrouw is het nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of voor parttime werk. In combinatie met mogelijk deels de zorg voor de kinderen.

Een rol speelt daarbij in hoeverre vrouwen geschikter zijn om te zorgen dan mannen.

In relatie tot die vraag las ik in NRC een interessant artikel over primatoloog Frans de Waal, aan wie ook de titel van dit artikel is ontleend, over zijn kijk op mannen en vrouwen.

 

Invloed van verwachtingspatronen op rolverdeling mannen en vrouwen

 

Traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen

 

De traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen heeft denk ik nog steeds de overhand. De man is kostwinner en de vrouw is de eerstverantwoordelijke voor de zorg voor de kinderen.

En heb je als vrouw werk van behoorlijke omvang, dan nog is de man vaak degene die de meeste inkomsten binnenbrengt.

Dat doet me denken aan een uitspraak van een van mijn coachklanten. Zij had het over haar partner, als kostwinnaar. Alsof je in een relatie een soort wedstrijd hebt wie het hoogste inkomen heeft. En dus de winnaar is.

Toch is dat voor sommigen een heikel punt. Een zelfstandig ondernemer met een florerend bedrijf vertelde me dat haar partner met enige regelmaat de vraag krijgt, hoe het is om een relatie te hebben met een vrouw die meer verdient dan jij als man.

Kennelijk ligt dat soms gevoelig. Zou het iets te maken hebben met wat Frans de Waal ziet als aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen?

 

 

Aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen

 

Mannen zijn volgens Frans de Waal meer geneigd tot competitie en fysiek geweld. Vrouwen letten meer op de sociale context en hebben meer oog voor de kinderen.

Maar, zegt hij, ‘kenmerkend gedrag zegt weinig over waar een dier of mens ook toe in staat is.’

Als voorbeeld noemt hij de vele gezinnen waarin gescheiden mannen voor de helft van de tijd de zorg en de opvoeding van hun kinderen op zich nemen. En dat prima doen.

Ik zie dat van nabij.

Biologisch gezien zijn vrouwen erop ingericht om kinderen te krijgen en te voeden. Een kind wordt uit de moeder geboren. En bij borstvoeding is de eerste voeding van de moeder. Alhoewel er ook vrouwen zijn die ervoor kiezen niet zelf het kind te voeden.

Op een bepaald moment is er sprake van een keuze wie het grootste deel van de zorg voor het kind op zich neemt.

Er is geen biologische grond, anders dan dat de vrouw het kind draagt en mogelijk het kind voedt, waarom de vader niet voor het kind zou kunnen zorgen.

 

Mannen kunnen heel goed voor kinderen zorgen. En zorgneigingen zijn er wel degelijk bij mannen, volgens Frans de Waal. Als ze maar de kans krijgen om die neigingen in te zetten en te ontwikkelen.

Waarom zouden mannen dan geen huisman kunnen zijn? Of bewust kunnen kiezen voor een parttimebaan om meer thuis te zijn en te zorgen voor de kinderen?

Terwijl er legio vrouwen zijn, die huisvrouw zijn. Of in eigentijdse termen; die bewust ervoor kiezen om niet buitenshuis te werken, maar fulltime beschikbaar te zijn om voor hun kinderen te zorgen en hen op te voeden.

 

 

Verwachtingspatronen bij mannen en vrouwen

 

Je bent geneigd te denken dat er veel verschillen zijn tussen het gedrag van mannen en vrouwen. Dat is maar ten dele zo. Met name als je kijkt naar zorgen voor en opvoeden van kinderen.

En ja, mannen hebben meer testosteron dan vrouwen, maar als mannen een kind of kinderen krijgen en een deel van de tijd hun kind(eren) verzorgen en opvoeden, dan schijnt het zo te zijn dat hun hersenen en hormoonprofiel veranderen. Het testosteron daalt en het hormoon oxytocine, het knuffelhormoon, stijgt.

Bij het man of vrouw zijn zit hem, wat betreft de zorg voor kinderen, niet direct de bottleneck. De bottleneck zit hem meer bij de verwachtingspatronen.

Onderzoek bij apen laat dat zien en bij mensen is dat volgens de Waal niet anders: de mannelijke aap verwacht: ‘Jij bent vrouw, jij doet het maar.’ Waarbij de Waal fijntjes opmerkt: ‘Ik denk dat de mannelijke aap ook geleerd heeft dat vrouwelijke apen de kinderen liever niet aan hem overlaten.

 

 

Kortom

 

Mannen kunnen geen kinderen baren, maar mannen kunnen net zo goed voor kinderen zorgen en hen opvoeden als vrouwen.

Als vrouwen hen daartoe maar de kans geven.

Hoe aangekeken wordt tegen het zorgen van een vader voor zijn kind(eren) heeft alles te maken met verwachtingspatronen en cultuur.

Vrouwen zijn per definitie niet geschikter om te zorgen dan mannen. Denk als vrouw dan ook niet direct dat jij geen kansen hebt om je te ontwikkelen in je werk.

En denk als man niet direct dat jij als man verantwoordelijk bent voor het gezinsinkomen en dus in principe de kostwinner bent.

Laat je niet leiden door verwachtingspatronen, maar ga in gesprek over de rol(len) die jij wilt vervullen en hoe je idealiter je tijd zou willen besteden aan werk in combinatie met wat naast werk belangrijk voor je is.

 

 

 

Heb je nog niet duidelijk of je überhaupt zou willen werken?

Een baan in loondienst zou willen hebben of zou willen werken als zelfstandige?

Of twijfel je of vrijwilligerswerk je ook voldoende voldoening zou kunnen geven, al dan niet in combinatie met je gezin?

Wil je jouw vragen aan me voorleggen?

Bel (06-54762865/ 0575-544588) of e-mail ([email protected]) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden

 

 

 

 

Waarom je jouw loopbaankeuze niet moet laten bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving

 

‘Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem’ ; dat zegt Jeanne Bieruma Oosting, schilderes.

Op dit moment lees ik haar biografie ‘Geen tijd verliezen’, geschreven door Jolande Withuis.

Jeanne Bieruma Oosting heeft een lange strijd moeten leveren. Niet alleen om zich te ontworstelen aan het aristocratische milieu waarin ze opgroeide. Ook als kunstenares had ze te maken met seksevooroordelen.

Volgens de conservatieve opvattingen van haar familie hadden meisjes maar één doel in het leven: trouwen en kinderen krijgen. Werken was taboe.

Anno 2022 is het als vrouw nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière. Ook al is er historisch gezien al een hele strijd aan vooraf gegaan.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of parttime werk.

Neem zelf de regie met betrekking tot de plaats die werk inneemt in jouw leven. Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk.

 

Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

 

Ontsnappen aan een leven onder het juk van een man

 

Om te ontsnappen aan een leven onder het juk van een man koos een van mijn tantes voor het leven als Medische Missiezuster. Lange tijd leidde ze vroedvrouwen op in Malawi.

Ze vertelde me haar openhartige verhaal over haar drijfveer om zich aan te sluiten bij de Medische Missiezusters pas toen ze weer lang en breed terug was in Nederland.

Net als Jeanne Bieruma Oosting was zij een krachtige vrouw. Samen met haar medezusters. Ik hoor het mijn oma nog zeggen: ‘Stelletje feministen zijn jullie.

 

Jeanne Bieruma Oosting was ook een feminist, ook al vraag ik me af of men in haar tijd (1898-1994) in die termen over krachtige vrouwen sprak.

In elk geval noemde men een studerende vrouw een ‘geleerde vrouw’. En de keuze voor het uitoefenen van een vak kwam neer op een keuze tégen het huwelijk.

Dat werd de biografieschrijfster, een gepromoveerd sociologe, heel duidelijk toen Jeanne Bieruma Oosting verbaasd te kennen gaf ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’

 

 

Aan de vrouwenemancipatie is een lange strijd voorafgegaan

 

Wist je dat vrouwen anno 1898 geen gelijke rechten hadden en gehuwde vrouwen helemaal rechteloos waren?

Dat ze voor het eerst mochten stemmen in 1922, maar niet konden beschikken over eigen geld of beslissingen konden nemen over de opvoeding van de kinderen? Dat je als gehuwde vrouw min of meer onder curatele stond van je echtgenoot? En dat je als gehuwde vrouw pas in 1957 ‘handelingsbekwaam’ werd en tot ongeveer 1970 bij zwangerschap of huwelijk kon worden ontslagen?

Toch waren er gedreven vrouwen die zelf hun kost verdienden en hun talenten ontwikkelden. Vooral overigens alleenstaande vrouwen.

 

 

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog steeds een item op de arbeidsmarkt

 

Zoals in een van mijn vorige artikelen naar voren komt, zijn het nu vooral de vrouwen die parttime werken. Ook al hebben steeds meer mannen tegenwoordig ook een parttimebaan.

Vrouwen die helemaal gaan voor hun passie of hun carrière zijn in de minderheid.

Bovendien is parttime werken sectorgevoelig. En met name in sectoren die feminiseren, in het onderwijs en in de zorg, werken mannen eerder in deeltijd.

Wat dat betreft is het ook opmerkelijk dat hoe meer vrouwen in een beroepsgroep gaan werken die voorheen gedomineerd werd door mannen, hoe meer de status van dat beroep afneemt. Bijvoorbeeld in de rechtspraak en in de geneeskunde, waar steeds meer vrouwen werken als huisarts en mannen eerder kiezen voor een specialisatie, bijvoorbeeld chirurgie.

Er is dus nog lang geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.

 

 

Bepaal de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk en neem die ruimte

 

Stem je keuze niet af op externe beperkingen en schik je niet in beperkingen die je als knellend ervaart.

Houd voor ogen wat je doel is, waar jij warm voor loopt.

Als je dat opgeeft omwille van verwachtingspatronen, gewoontes of beperkingen die voortkomen uit de cultuur, dan zal dat je niet gelukkig maken.

Laat je niet bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving.

De uitspraak van Jeanne Bieruma Oosting ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’ is een mooi voorbeeld van zo’n opvatting. Alsof je als gehuwde vrouw er bent om jouw echtgenoot, jouw ‘heer’ te dienen.

Vind oplossingen voor reële beperkingen.

Wat staat je te doen, wat heb je te regelen om te gaan voor waar jij warm voor loopt?

De dilemmabenadering die ik beschreef in een eerder artikel, kan je daarbij helpen.

 

 

 

Heb je nog geen helder beeld van wat je nu echt wilt?

Van de richting waarin je je wilt ontwikkelen in werk?

En wat werk voor jou betekent?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

En vind je het moeilijk om in je eentje tot een antwoord te komen op jouw vraag?

Neem gerust contact met me op. Via e-mail ([email protected]) of telefoon (06-54762865/ 0575-544588).